Problemen met blaas- en urinewegen

De voeding van honden, fretten en katten heeft invloed op de samenstelling van de urine. Wat gebeurt er met de urine als deze vleeseters door brokvoeding te veel koolhydraten binnen krijgen?

Eiwitten uit vlees

De urine van honden, katten en fretten hoort een beetje zuur te zijn. Dat komt omdat de eiwitten uit vlees rijk zijn aan de aminozuren methionine en cysteïne, en de verwerking van die aminozuren in het lichaam maakt de urine zuur.

Plantaardige eiwitten

In brokken zitten relatief veel plantaardige eiwitten. Deze eiwitten bevatten een ander soort aminozuren, die de urine niet zuur maar juist alkalisch maken. Alkalisch is het tegenovergestelde van zuur. Uiteindelijk kunnen hierdoor blaas- en niersteentjes ontstaan. Dit gebeurt via de neerslag van kristallen. Men spreekt in dit geval van struvietstenen of -gruis.

Te weinig vocht

Een bijkomende factor is dat brokken slechts 10% vocht bevatten, terwijl verse voeding zo’n 70 tot 75% vocht bevat.  Minder vocht in de voeding betekent minder urine, en in die geconcentreerde urine kunnen kristallen makkelijker neerslaan. Dit speelt vooral bij katten, van oorsprong woestijndieren, die er op gebouwd zijn om geen dorst te voelen. Als ze brokjes te eten krijgen en daardoor te weinig vocht binnenkrijgen, gaan ze niet extra drinken. Katten zijn daardoor uitermate gevoelig voor de ontwikkeling van struvietstenen.

Het chronische tekort aan vocht speelt ook een belangrijke rol bij het ontstaan en verergeren van nierinsufficiëntie bij deze dieren.  

Kunstmatige verzuurders

Brokkenfabrikanten proberen het probleem van de zuurgraad op te lossen door kunstmatige verzuurders toe te voegen. Die kunstmatige verzuurders hebben echter allerlei schadelijke bijwerkingen en ze kunnen de urine té zuur maken, met een andere soort stenen (calciumoxalaat) tot gevolg.