Voeding van de boa constrictor
De boa constrictor (Boa constrictor) is een grote wurgslang die zich goed heeft aangepast aan uiteenlopende leefgebieden. Het is een opportunistische carnivoor die verschillende soorten gewervelde dieren eet. Bij het voeren in gevangenschap zijn niet alleen de grootte van de prooi en de voederfrequentie van belang, maar ook de totale voedselopname, de groei en de lichaamsconditie van de slang.
Wat eet de boa constrictor in de natuur?
Boa constrictors eten onder meer kleine zoogdieren, vogels en hagedissen. Welke prooien ze vangen, hangt samen met hun leefgebied, lichaamsgrootte en de beschikbaarheid van voedsel. Ze jagen vaak vanuit een hinderlaag, maar kunnen ook actief op zoek gaan naar prooien.
Onderzoek naar boa constrictors op Aruba liet zien dat vogels, hagedissen en zoogdieren allemaal een belangrijk deel van het aangetroffen dieet vormden. De onderzoekers vonden bovendien een verband tussen de lichaamslengte van de slang en de massa van de gegeten prooien. De resultaten laten zien dat de voedselkeuze kan veranderen naarmate de slang groeit. De precieze verdeling van prooisoorten is echter afhankelijk van het onderzochte leefgebied en kan niet zonder meer naar alle populaties worden vertaald.
In gevangenschap bestaat de voeding meestal uit muizen en ratten. Deze prooidieren zijn praktisch beschikbaar en leveren, wanneer ze als compleet prooidier worden aangeboden, de voedingsstoffen die de slang nodig heeft. Andere geschikte prooidiersoorten kunnen eveneens worden gebruikt.
Geschikte prooien
Muizen en ratten vormen een geschikte basis voor de voeding van de boa constrictor. De grootte van de prooi moet passen bij de grootte en ontwikkeling van de slang. Naarmate de boa groeit, kunnen ook grotere prooidieren worden aangeboden.
Een compleet prooidier is hierbij het uitgangspunt. De verschillende weefsels leveren samen eiwitten, vetten, mineralen en vitaminen. Het is niet noodzakelijk om het natuurlijke dieet exact na te bootsen, maar kennis van de natuurlijke voedselkeuze helpt wel om de voeding van gehouden dieren beter te begrijpen.
Het verdient de voorkeur om dode prooidieren aan te bieden. In Nederland is het voeren van levende gewervelde prooidieren niet toegestaan. Diepgevroren prooidieren kunnen na volledig ontdooien en zorgvuldig opwarmen worden aangeboden, bijvoorbeeld met een voedertang.
Prooigrootte en voederfrequentie
De boa constrictor kan relatief grote prooien inslikken, maar dat betekent niet dat een zo groot mogelijke prooi de beste keuze is. De grootte van één maaltijd moet worden beoordeeld in samenhang met de frequentie waarmee wordt gevoerd en de totale hoeveelheid voedsel die de slang over langere tijd opneemt. Voor grote, volwassen dieren kan een konijn van passende grootte een geschikte prooi zijn.
Bij jonge boa constrictors is dit verband onderzocht in een vergelijking tussen twee voedingsschema's. De ene groep kreeg wekelijks een hoeveelheid voedsel van ongeveer 10% van het lichaamsgewicht; de andere groep kreeg om de week ongeveer 20%. De totale hoeveelheid voedsel was daarmee vergelijkbaar, maar de wekelijks gevoerde dieren groeiden sneller en bereikten een grotere lichaamsgrootte.
Dit onderzoek laat zien dat niet alleen de totale hoeveelheid voedsel, maar ook de verdeling over de tijd invloed kan hebben op de groei van jonge boa's. Het bewijst niet dat wekelijks voeren voor iedere boa of gedurende het hele leven de beste methode is. De resultaten onderstrepen wel dat grotere prooien met langere tussenpozen niet automatisch tot dezelfde groei leiden als kleinere hoeveelheden die vaker worden aangeboden.
Naarmate een boa ouder wordt en de groei afneemt, verandert ook de voedingsbehoefte. Daarom is het niet verstandig om één voerschema voor alle leeftijden te gebruiken. De keuze van prooigrootte en voederfrequentie moet aansluiten bij de ontwikkeling en lichaamsconditie van het individuele dier.
Groei en lichaamsconditie beoordelen
Het lichaamsgewicht is een bruikbare maat om de ontwikkeling van een boa constrictor te volgen, maar het vertelt niet het hele verhaal. Een gewichtstoename kan passen bij normale groei, maar ook bij een toename van de vetreserves. Daarom is het verstandig om het gewicht samen met de lichaamslengte, lichaamsvorm en algemene conditie te beoordelen.
Door het gewicht en de ontwikkeling over langere tijd bij te houden, wordt duidelijker of een voedingsschema passend is. Groeigrafieken kunnen daarbij helpen, maar moeten als vergelijkingsmateriaal worden gebruikt en niet als absolute norm. Individuele verschillen, geslacht, leeftijd, voortplanting en de omstandigheden waarin het dier wordt gehouden, kunnen de ontwikkeling beïnvloeden.
Een boa die nog duidelijk groeit, heeft een andere voedingsbehoefte dan een volwassen dier waarvan de groei grotendeels is afgerond. Wanneer een volwassen boa steeds zwaarder wordt zonder overeenkomstige groei in lengte, kan dat wijzen op een overmatige voedselopname. Een opvallend slank wordend dier vraagt juist om een beoordeling van de voedselopname, de huisvesting en de gezondheid.
Voedselweigering
Ook boa constrictors kunnen perioden hebben waarin ze voedsel weigeren. Een enkele weigering hoeft niet direct op een probleem te wijzen. De oorzaak kan bijvoorbeeld liggen in de omstandigheden in het terrarium, stress, de voortplantingsfase of de aangeboden prooi.
De duur van de voedselweigering moet daarom samen met het gewichtsverloop en de lichaamsconditie worden beoordeeld. Een dier dat tijdelijk niet eet maar zijn conditie behoudt, vraagt om een andere beoordeling dan een dier dat aanhoudend weigert en duidelijk gewicht verliest.
Controleer bij aanhoudende voedselweigering de temperatuur, de overige omstandigheden in het terrarium, de aangeboden prooi en de voedingsgeschiedenis. Wanneer het dier blijft afvallen, de lichaamsconditie verslechtert of andere ziekteverschijnselen vertoont, is beoordeling door een dierenarts met ervaring met reptielen aangewezen.
Aanvullende voedingsstoffen
Een boa constrictor die geschikte complete prooidieren krijgt, heeft doorgaans geen routinematige toevoeging van vitaminen of mineralen nodig. De voedingsstoffen in een compleet prooidier zijn in onderlinge samenhang aanwezig. Extra supplementen zijn daarom niet vanzelfsprekend nodig en moeten alleen worden gebruikt wanneer daar een duidelijke reden voor is.
Samenvatting
De voeding van een boa constrictor moet worden afgestemd op de leeftijd, de groei en de lichaamsconditie van het dier. De grootte van één prooi geeft niet zelfstandig aan hoeveel voedsel de slang nodig heeft. Ook de voederfrequentie en de totale voedselopname over langere tijd spelen een rol.
Onderzoek bij jonge boa constrictors laat zien dat kleinere hoeveelheden die vaker worden aangeboden tot een ander groeipatroon kunnen leiden dan grotere hoeveelheden met langere tussenpozen, zelfs wanneer de totale voedselmassa vergelijkbaar is. Dit is een belangrijke reden om voedingsschema's niet uitsluitend op traditie of op de grootte van één prooi te baseren, maar de ontwikkeling van het individuele dier te blijven volgen.