Voeding van varanen

Varanen zijn vleesetende hagedissen met uiteenlopende voedingsgewoonten. Afhankelijk van de soort, leeftijd en leefomgeving eten ze onder meer insecten, andere ongewervelden, vissen, amfibieën, reptielen, eieren, vogels en zoogdieren. De samenstelling van het dieet verschilt sterk per soort. Daarom is het belangrijk om bij het voeren rekening te houden met de natuurlijke voedselkeuze van de betreffende varaan.

Voedselkeuze en variatie

Sommige varanen eten voornamelijk insecten en andere ongewervelden, terwijl grotere soorten ook regelmatig gewervelde prooidieren eten. De doornstaartvaraan (Varanus acanthurus) eet bijvoorbeeld veel ongewervelden. Bij de watervaraan (Varanus salvator) spelen ook vissen en andere gewervelde prooidieren een rol. De steppevaraan (Varanus exanthematicus) eet in de natuur vooral ongewervelde dieren.

Deze verschillen zijn belangrijk bij het samenstellen van een dieet in gevangenschap. Een voedingspatroon dat grotendeels uit muizen en ratten bestaat, is niet voor iedere varanensoort geschikt. Voor soorten die van nature vooral ongewervelden eten, moeten geschikte insecten en andere ongewervelden een belangrijke plaats in de voeding innemen.

Complete prooidieren en losse dierlijke producten

Complete prooidieren kunnen een belangrijk onderdeel vormen van de voeding van varanen die van nature gewervelde dieren eten. Een compleet prooidier levert niet alleen spiervlees, maar ook botten en organen, waardoor een bredere samenstelling van voedingsstoffen wordt aangeboden.

Spiervlees, orgaanvlees en stukken vlees zonder bot zijn niet gelijkwaardig aan een compleet prooidier. Vooral spiervlees bevat relatief veel fosfor en weinig calcium. Wanneer een varaan langdurig hoofdzakelijk spiervlees krijgt, kan een tekort aan calcium ontstaan en kunnen ernstige problemen met de botten optreden. Ook orgaanvlees of een combinatie van losse vleesdelen is niet automatisch volledig uitgebalanceerd.

Niet-complete prooidieren en losse dierlijke producten kunnen daarom niet zonder meer als volledige vervanging van complete prooidieren worden gebruikt. Wanneer ze een belangrijk deel van het dieet vormen, moet de totale voeding zorgvuldig worden samengesteld om tekorten en verkeerde verhoudingen tussen voedingsstoffen te voorkomen.

Hoeveelheid en lichaamsconditie

Naast de keuze van het voedsel is ook de hoeveelheid belangrijk. Varanen kunnen in gevangenschap overgewicht ontwikkelen wanneer ze te veel of te energierijk voer krijgen. Een goede eetlust betekent niet automatisch dat het dier meer voedsel nodig heeft.

Stem de hoeveelheid en voederfrequentie af op de soort, leeftijd, groei, activiteit en lichaamsconditie. Volg de ontwikkeling over langere tijd en let niet alleen op het lichaamsgewicht, maar ook op de lichaamsvorm en de vetopslag. Het doel is een gezonde lichaamsconditie, niet een zo groot mogelijk dier.

Bij twijfel over de voedingssamenstelling of wanneer een varaan onverwacht afvalt, minder actief wordt of langdurig niet eet, is overleg met een dierenarts met ervaring met reptielen verstandig.