Hoeveel calorieën heeft een hond nodig?

Op de hoofdpagina staat de vuistregel: een percentage van het lichaamsgewicht, afgestemd op de grootte. Dat werkt prima als praktisch startpunt. Wil je iets preciezer weten hoeveel calorieën je hond nodig heeft, zoek dan zijn gewicht op in de tabel hieronder en vermenigvuldig met het getal dat bij hem past. Geen ingewikkelde som nodig, gewoon opzoeken en keer nemen.

Stap 1: zoek het gewicht van je hond op

Dit getal is de basisbehoefte, wat je hond nodig zou hebben als hij de hele dag zou stilliggen.

Gewicht Basisbehoefte Gewicht Basisbehoefte
2 kg 118 kcal 20 kg 662 kcal
3 kg 160 kcal 25 kg 783 kcal
5 kg 234 kcal 30 kg 897 kcal
7 kg 301 kcal 35 kg 1.007 kcal
10 kg 394 kcal 40 kg 1.113 kcal
12 kg 451 kcal 45 kg 1.216 kcal
15 kg 534 kcal 50 kg 1.316 kcal
18 kg 612 kcal    

Zit je gewicht er niet precies tussen? Pak het dichtstbijzijnde getal — dat is nauwkeurig genoeg.

Stap 2: vermenigvuldig met wat bij jouw hond past

Situatie Factor
Jonge pup tot 4 maanden × 3,0
Pup van 4 tot 12 maanden × 2,0
Volwassen, gecastreerd of gesteriliseerd × 1,6
Volwassen, intact × 1,8
Senior of rustig × 1,2 – 1,4
Aan het afvallen (op streefgewicht) × 1,0
Actief of werkend × 2,0 – 5,0
Drachtig, laatste weken × 1,5 – 2,0
Zogend × 2,0 – 6,0

Een voorbeeld

Een gecastreerde hond van 20 kilo. In de tabel zoek je 20 kilo op: 662 kcal. Vermenigvuldig met 1,6 (gecastreerd, volwassen): dat komt neer op ongeveer 1.050 kcal per dag.

Was diezelfde hond niet gecastreerd, dan reken je met 1,8: dan kom je op ongeveer 1.190 kcal. Dat verschil van zo'n 140 kcal per dag is precies waarom castratie de energiebehoefte merkbaar verlaagt. Het is geen vaag gevoel, het zit gewoon in de getallen.

Waarom kleine honden per kilo meer nodig hebben

Kijk in de tabel naar 5 kilo (234 kcal) en naar 50 kilo (1.316 kcal). De hond van 50 kilo is tien keer zo zwaar, maar heeft geen tien keer zoveel calorieën nodig, eerder zes keer zoveel. Per kilo lichaamsgewicht heeft de kleine hond dus veel meer nodig dan de grote. Dat is precies de reden achter de portieschaal op de hoofdpagina: klein en met een snelle stofwisseling zit aan de bovenkant, groot en zuinig zit aan de onderkant.

Grote en reuzenrassen: niet te hoog inzetten tijdens de groei

Bij een pup van een groot of reuzenras is de verleiding om extra te voeren zodat hij lekker groeit. Doe dat niet. Ga bij deze rassen niet boven de factor 2,0 zitten, ook niet in de snelste groeifase. Te veel energie versnelt de groei sneller dan het skelet kan bijbenen, en dat vergroot het risico op heupdysplasie en andere gewrichtsproblemen. Rustig groeien is bij deze rassen altijd beter dan snel groeien.

Calorieën zijn niet het hele verhaal

Een getal aan calorieën vertelt je hoeveel energie er in de bak zit, maar niets over de kwaliteit van wat daarin zit. En dat is minstens zo belangrijk. Goedkoop voer bevat vaak veel vulstof en weinig hoogwaardig eiwit. Calorisch klopt het misschien, maar je hond kan er alsnog minder mee. Dat werkt twee kanten op:

Een hond kan aankomen op goedkoop voer, omdat vulstoffen wel calorieën leveren maar weinig verzadigen, waardoor er al snel te veel wordt gegeven.

Een hond kan ook mager, futloos of met een matige vacht blijven ondanks dat hij "genoeg" eet, omdat de voedingswaarde simpelweg tekortschiet.

Goedkoop is op deze manier vaak duurkoop. Hoogwaardige voeding, met echte, goed verteerbare ingrediënten, geeft je hond meer met minder, en dat is uiteindelijk voordeliger dan het lijkt.

Blijf op de conditie sturen

Deze tabel is een preciezer startpunt dan een vast percentage, maar blijft een schatting. Het echte antwoord geeft je hond zelf: voel de ribben, kijk naar de taille, en stel de portie bij zoals beschreven op onze pagina over hondenvoeding. De tabel helpt je op weg, conditie kijken houdt je op koers.