Wat eet een hond van nature?
De hond stamt af van de wolf en is een vleeseter. Wel eentje die tegen een stootje kan. Waar de kat en de fret bijna volledig op vlees zijn aangewezen, kan een hond ook wat plantaardig materiaal en zetmeel aan. Maar de basis blijft dierlijk. Spiervlees, orgaan en bot vormen de kern, en hele prooi, rauw vlees en vers vlees-en-bot komen daar het dichtst bij. Dat is waar wij bij Prooidier op inzetten.
Hoeveel moet een hond per dag eten?
Je hoort vaak dat je 2 tot 3 procent van het lichaamsgewicht per dag moet geven. Dat is een prima startpunt, maar het klopt niet voor elke hond. Een klein hondje verbruikt per kilo veel meer dan een grote, en het getal zelf zegt bovendien nog niks over hoeveel energie er in de bak ligt.
Als richtlijn per grootte. Een kleine hond tot ongeveer 15 kilo zit richting 30 gram per kilo per dag, dus een hond van 5 kilo komt rond de 150 gram en de allerkleinste rassen zelfs daarboven. Een middelgrote hond van ongeveer 15 tot 30 kilo zit op grofweg 2 tot 3 procent. Een grote hond vanaf ongeveer 30 kilo zit rond de 2 procent, wat voor een hond van 30 kilo neerkomt op zo'n 600 gram. Een reuzenras richting 50 kilo kan zakken naar ongeveer 1 procent, wat voor de zwaarste en rustigste honden vaak de bodem is.
Dat verschil zit hem in de bouw. Een klein hondje heeft veel huid om weinig lijf. Het verliest sneller warmte en de verbranding draait harder, dus het heeft per kilo meer nodig. Een grote hond is juist zuinig per kilo. Op koude dagen loopt het bij kleine, kortharige, oudere of buiten gehouden honden nog verder op, en dan mag er gerust een schepje bij.
Kies een startpunt en houd dat twee tot drie weken vol. Kijk daarna naar de hond en niet naar de weegschaal. De ribben moet je kunnen voelen zonder te drukken, ongeveer zoals de rug van je hand. Van bovenaf hoort er achter de ribben een taille te zitten, en van opzij loopt de buik op naar achteren in plaats van recht of doorhangend. Voel je de ribben niet en is de taille weg, dan mag er wat af. Steken ze uit, dan moet er wat bij. Pas aan in stappen van ongeveer 10 procent en geef het opnieuw twee weken. Eén dag zegt niks, de lijn over weken wel.
Voer de hond, maar ook de dag
Naast de portie bepalen nog twee dingen hoeveel energie je hond binnenkrijgt. Wat je voert, en wat hij die dag doet.
Wat je voert maakt echt uit. Dezelfde honderd gram vet vlees of vette vis levert veel meer energie dan honderd gram mager spiervlees. Voer je energierijk, dan zit je aan de onderkant van de schaal. Voer je mager, dan mag er meer bij om op dezelfde energie uit te komen. Het gewicht in de bak is dus niet hetzelfde als de energie erin, en precies daarom kijk je naar de conditie en niet naar het getal.
Stuur ook gerust per dag. Een hond is geen machine die elke dag hetzelfde verstookt. Heeft hij een luie dag gehad en veel op de bank gelegen, doe er dan wat af. Weet je dat er een pittige dag aankomt met een lange training, een dag flink werken of mee op jacht, dan heeft hij echt meer nodig en mag je er ook ruim bovenop gaan zitten. Je voert niet de hond, je voert de hond op die dag. Over de week middelt het zich vanzelf uit.
Hoe vaak moet je een hond voeren en hoe stap je over?
Een volwassen hond krijgt doorgaans één tot twee keer per dag te eten, een pup vaker en verdeeld over de dag. Bij grote, diepborstige rassen verdeel je het eten liever over meerdere kleinere maaltijden en geef je nooit één grote hoeveelheid ineens.
Overschakelen doe je rustig en op het tempo van de hond. Heeft hij een gevoelige maag, bouw het dan langzaam op. Gaat het soepel, dan mag het sneller. Zie je onderweg dunne of juist keiharde ontlasting, dan is dat je stuurinformatie. Schakel dan een stap terug in plaats van door te zetten. Een uitgebreid stappenplan, ook voor gevoelige dieren, vind je op onze pagina over overstappen naar rauw.
Waar hangt de juiste portie nog meer van af?
Geen enkele hond is gelijk, dus houd rekening met het dier dat voor je staat. Een werkhond of jachthond verbrandt veel meer dan een rustige bankzitter van hetzelfde gewicht. Een actieve hond zit aan de bovenkant van de schaal, een luie aan de onderkant. Meer werk betekent meer voer, en andersom, dus pas het aan het seizoen en de inzet aan. Ook de huisvesting telt mee, want een hond die buiten in de kou wordt gehouden heeft meer nodig dan eentje die binnen ligt. En spanning speelt een rol. Een hond die van slag is door een verhuizing of onrust eet soms minder of reageert gevoeliger op zijn voer.
De levensfase bepaalt eveneens veel. Een pup groeit en heeft groeivoer nodig, een volwassen hond heeft onderhoud nodig en een oude hond heeft meestal minder energie nodig maar juist meer aandacht voor zijn spieren en zijn gebit.
Let ten slotte op de voortplanting. Een drachtige of zogende teef heeft flink meer nodig, zeker tijdens het zogen. En let goed op na een castratie of sterilisatie, want de energiebehoefte zakt daarna aanzienlijk en vaak sneller dan mensen denken. Voer je gewoon door zoals je gewend was, dan komt je hond er bijna vanzelf bij. De oplossing is simpel. Zodra je hond gecastreerd is, gaat de portie omlaag. Doe je dat op tijd, dan voorkom je het overgewicht waar je anders later tegenaan loopt.
Mag de voorkeur van de hond meetellen?
Voedingsadvies is een richtlijn, maar de hond is leidend. Binnen gezonde grenzen mag zijn voorkeur meetellen. Weigert hij structureel iets, verdraagt hij het slecht of wordt hij er onrustig van, dan is dat informatie. Zoek dan een alternatief in plaats van te blijven doordrukken. De grens blijft wel de gezondheid en een fatsoenlijk natuurlijk dieet, want een hond krijgt geen bak snoep omdat hij dat nu eenmaal lekker vindt. En let op het verschil met een echt probleem. Blijft een hond zijn eten weigeren of valt hij ineens af, dan kan er een onderliggende oorzaak zijn en is het geen kwestie van smaak. Blijf er dan niet mee aanmodderen, maar laat hem nakijken.
Hoe zorg je voor een goede stoelgang?
De ontlasting is je beste dagelijkse graadmeter voor hoe het voer valt. Goed is stevig en compact. Verandert er iets, dan is dat vaak het eerste dat je merkt.
Belangrijk om te weten is dat de manier waarop je bijstuurt afhangt van wat je voert. Voer je kant-en-klaar vers vlees, dan zit het bot er al doorheen gemalen en moet je daar vanaf blijven. Die verhouding is met een reden zo samengesteld. Ga je daar zelf aan sleutelen om de ontlasting harder of zachter te krijgen, dan verstoor je de calcium-fosforbalans en los je het verkeerde probleem op. Valt een bepaald product structureel slecht, wissel dan van product in plaats van aan de samenstelling te morrelen.
Stel je de maaltijd zelf samen, dan heb je wel knoppen om aan te draaien. Bij een hond met harde ontlasting kun je bijvoorbeeld wat bovengrondse groente toevoegen, kiezen voor bot van kleinere dieren dat minder calcium bevat dan bijvoorbeeld rund, of wat orgaan of vis meegeven. Dat werkt prima, zolang je het geheel maar in balans houdt. Je speelt met de verhoudingen, je gooit ze niet overhoop om een drol te fiksen.
Daarnaast zijn er de dingen die altijd gelden, wat je ook voert. Voldoende beweging houdt de darm op gang, want een hond die de hele dag ligt loopt eerder vast. Vers drinkwater moet altijd klaarstaan, ook al zit er in vers voer al veel vocht. En schakel bij een overstap rustig over, want een te snelle wissel geeft bijna altijd gedoe.
Eerlijk is eerlijk, vers voeren gaat niet bij elke hond vanzelf goed. Sommige honden krijgen er moeilijk een prettige stoelgang op, hoe je ook stuurt. Dat is geen falen en geen reden om meteen te stoppen, want meestal kom je er met bijsturen en geduld. Lukt het ondanks alles structureel niet, dan past vers misschien niet bij die ene hond of speelt er iets anders. Dan kijk je verder. Wij geloven in vers voor de meeste honden, maar we doen niet alsof het bij iedereen moeiteloos gaat.
Hoe laat je een te dikke hond afvallen?
Of je hond te zwaar is voel je gewoon zelf. Leg je handen op zijn ribben, want die horen voelbaar te zijn zonder dat je moet drukken. Kijk je van bovenaf, dan zie je achter de ribben een taille zitten. Voel je vooral een gevuld laagje en is die taille weg, dan is er werk aan de winkel. Geen ramp, maar wel iets om serieus te nemen, want al dat extra gewicht drukt elke dag op zijn gewrichten en organen.
Een crashdieet is nergens voor nodig en werkt bovendien niet. Wat wel werkt is de portie berekenen op het gewicht dat je hond zou moeten hebben, en dus niet op wat hij nu weegt. Een hond van 30 kilo die eigenlijk rond de 25 hoort te zitten voer je alsof hij die 25 al weegt. Zo krijgt hij vanzelf de hoeveelheid die bij een gezonde hond past en niet de hoeveelheid die zijn buikje in stand houdt.
Neem er de tijd voor. Een hond hoeft niet binnen een paar weken strak te staan. Zolang de lijn maar langzaam de goede kant op kruipt gaat het precies zoals het moet. Rustig afvallen is gezonder dan snel, en bij katten is te hard afvallen zelfs gevaarlijk. Het gaat om de richting en niet om de snelheid.
Het mooie is dat je hem daarbij niet hoeft uit te hongeren. In plaats van minder in de bak te doen voer je magerder. Wat minder vet vlees en vette vis, en wat meer mager spiervlees. De bak blijft goed gevuld en zijn maag tevreden, terwijl de energie er ongemerkt uit zakt. Dat scheelt je een hond die de hele dag met hongerige ogen naast de keuken staat.
De snackjes komen straks apart aan bod, want daar zit meestal de echte winst. Weeg verder om de één à twee weken en kijk vooral naar de hond zelf. Gebeurt er niks, dan gaat er weer zo'n 10 procent van de portie af. Lukt het afvallen echt niet terwijl je alles goed doet, dan kan er iets anders spelen zoals de schildklier. Dat is het moment om het te laten nakijken.
Wat doe je bij een te magere hond?
De andere kant bestaat net zo goed. Er zijn honden die te mager zijn en waarbij je maar moeilijk gewicht erop krijgt. Begin hier met het belangrijkste onderscheid, want dat bepaalt alles.
Eet je hond gewoon en blijft hij toch mager, of valt hij ineens af, dan kan er een onderliggende oorzaak zijn. Denk aan het gebit, aan wormen, aan de spijsvertering of aan iets medisch. Meer voeren is dan niet het antwoord, dus laat hem eerst nakijken. Is hij simpelweg een harde verbrander of een kieskeurige eter die te weinig binnenkrijgt, dan is voeding wel degelijk de oplossing.
In dat geval voer je energierijker in plaats van meer volume. Vetter vlees, vette vis en wat meer vet zorgen dat hij meer energie binnenkrijgt zonder dat zijn maag overvol raakt. Dit is precies het spiegelbeeld van afvallen. Voer daarnaast wat vaker, want met meer kleine maaltijden over de dag past er eenvoudig meer in. Maak het ook smakelijk, want kieskeurige honden trekken vaak bij van variatie of van voer dat lauwwarm wordt aangeboden. Sluit aan bij wat hij wel graag eet. Reken aan de bovenkant van de schaal en bouw rustig op tot de conditie klopt. Ook aankomen mag geduld hebben, en vergeet de beweging niet, want spier bouw je niet met calorieën alleen.
Hoeveel snackjes mag een hond?
Even eerlijk, iedereen geeft snackjes en dat mag ook. Maar houd één ding vast. De voeding is de kern en snackjes zijn snoep. De maaltijd levert de eiwitten, vetten en mineralen waar je hond op draait, en snackjes doen dat niet. Het zijn extraatjes.
We zien in de praktijk hoe het misgaat. Mensen geven steeds meer snackjes en laten de hoofdvoeding steeds verder zakken om ruimte te maken. Op de weegschaal lijkt het dan te kloppen, maar de hond eet ondertussen vooral snoep en te weinig echte voeding. Verrekenen mag, uithollen niet. Snackjes van de dagportie afhalen is prima, maar niet door de maaltijd steeds verder terug te schroeven. Gaat het snoep de voeding verdringen, dan minder je op de snackjes en niet op het eten.
Er is een handige truc om te zien wat er echt bij komt. Leg een week lang van elk snackje dat je geeft een gelijk stukje apart in een pot en weeg die aan het eind na. Dan zie je zwart-op-wit wat er bovenop de maaltijden gaat, en vaak is dat de verrassing die het buikje verklaart.
Wat je als snack voert telt trouwens ook mee. Een natuurlijke snack zoals gedroogd vlees, pens of een stukje kauwbot is eigenlijk gewoon voeding in een andere vorm en past bij het dieet. Goedkope bewerkte snacks met suiker en granen zijn de echte zak snoep, met veel lege energie en weinig waarde. Bij natuurlijke snacks ligt de lat dus wat minder streng dan bij die rommel.
En dan het formaat. Voor veel honden geldt dat het om het gebaar gaat en niet om de grootte. Ze zijn even blij met een klein stukje als met een groot, dus breek het gerust kleiner of kies een kleiner formaat. Dat scheelt een hoop energie zonder dat je hond iets tekortkomt. Al zijn honden ook echte slimmerds, want geef je sommigen de keus dan pakken ze bewust de grootste. Niet allemaal, maar sommigen zeker. Bij die types geef je gewoon geen keus en bepaal jij het formaat.
Wat kan er misgaan bij verkeerde voeding?
Bij pups van grote rassen zit het risico in het skelet en de gewrichten. Jonge honden kunnen, anders dan volwassen honden, niet goed regelen hoeveel calcium ze uit hun voer opnemen. Te veel calcium, samen met snelle groei en te veel energie, wordt in verband gebracht met groeistoornissen. Laat een grote pup daarom rustig groeien, weeg regelmatig en geef bij een goed voer geen extra calcium. Meer hierover lees je op onze pagina's over puppy's en calcium en over botten voeren.
Ook de maag en darmen kunnen protesteren. Te vet, te eenzijdig of te abrupt wisselen geeft nogal eens klachten, en ook hier speelt stress mee, want spanning en spijsvertering hangen samen.
Maagdraaiing verdient aparte aandacht. Dit is een acute, levensgevaarlijke aandoening die vooral grote, diepborstige rassen treft. De precieze oorzaak is niet helemaal bekend, maar snel eten, één grote maaltijd per dag en een nerveus type worden genoemd als risico. En anders dan vroeger werd gedacht lijkt een verhoogde voerbak het risico juist te vergroten. Vertraag daarom het eten, geef geen enkele grote schranspartij en gun je hond na het eten even rust voordat hij als een gek gaat rennen.
Tot slot de urinewegen. Ook dat komt bij honden voor, al speelt voeding hier minder de hoofdrol dan bij de kat. Blaasstenen zijn er in verschillende soorten, en die vragen tegengesteld beleid, dus zomaar de urine aanzuren is geen algemeen goed advies. Wat altijd helpt is voldoende drinken en verdunde urine, en daar draagt vochtrijk voeren aan bij. Het hele verhaal over blaasstenen, zuurgraad en behandeling lees je op onze pagina over blaasstenen bij honden en katten.
Wat levert goede voeding op?
De kern is eenvoudig. Stem de portie, de frequentie en de samenstelling af op je hond, op zijn grootte, zijn activiteit, zijn levensfase en of hij gecastreerd is. Houd de conditie en de ontlasting in de gaten en stel bij. Zo houd je een hond in balans en voorkom je de meeste problemen. Voeding is geen wondermiddel en vervangt geen dierenarts, maar het is wel de basis waar bijna alles op rust.
Hoe bewaar je vers vlees en is rauw voeren veilig?
Diepvriesvoeding en vers vlees vragen om zorgvuldig bewaren en ontdooien. Houd deze lijn aan. Bewaar bij -18 °C, ontdooi in een lekvrije bak in de koelkast, gebruik het na het ontdooien binnen twee dagen en vries het daarna niet opnieuw in. Houd dierlijke voeding gescheiden van je eigen eten en werk netjes hygiënisch.
Rauw en heel voeren heeft twee kanten. Aan de ene kant is het natuurlijk en kan het juist een oplossing zijn bij gedoe dat vaak met bewerkt of eenzijdig voer samenhangt, zoals kieskeurigheid, tandsteen, een doffe vacht of wisselende ontlasting. Aan de andere kant zitten er ziektekiemen in rauw vlees. Bij gezonde honden is dat risico met goede hygiëne beperkt, maar bij honden met een verminderde weerstand kan het meer risico geven. Denk aan een heel jonge, oude, zieke of herstellende hond, of een hond onder zware medicatie. Wij ontraden rauw voeren niet, we begeleiden het. Werk hygiënisch en overleg bij twijfel of bij een kwetsbare hond met je dierenarts. Hoe je rauw voert zonder risico lees je uitgebreid op onze pagina over rauw voeren zonder risico.
Advies op maat? Kom langs in Hilversum
Dit is de algemene lijn, maar jouw hond is niet algemeen. Twijfel je over de portie, de conditie, het overstappen of over wat past bij jouw dier, loop dan binnen of app ons. We kijken samen naar je hond en zoeken de voeding en de snacks die bij hem passen. Daar is een winkel met mensen die er verstand van hebben nu eenmaal handiger voor dan een tabel op internet. Bestellen kan gewoon via de webshop.
Prooidier · Koningsstraat 111, 1211 NL Hilversum · 035-6247407. Kom langs in de winkel of bestel online in de webshop.
Veelgestelde vragen
Hoeveel moet mijn hond per dag eten?
Voer op grootte en conditie en niet op één vast percentage. Kleine honden tot ongeveer 15 kilo zitten richting 30 gram per kilo per dag, honden van 15 tot 30 kilo op grofweg 2 tot 3 procent, honden vanaf 30 kilo rond 2 procent en de zwaarste reuzenrassen richting 1 procent. Neem dat als startpunt, kijk na twee weken naar de conditie en stel bij in stappen van zo'n 10 procent.
Waarom eet een klein hondje relatief meer dan een grote?
Een klein hondje verliest sneller warmte en heeft een snellere verbranding, dus het heeft per kilo meer nodig. Een grote hond is per kilo juist zuinig. Op koude dagen loopt de behoefte van kleine, kortharige of buiten gehouden honden nog verder op.
Hoe weet ik of mijn hond te dik of te mager is?
Dat zie en voel je zelf. Je moet de ribben kunnen voelen zonder te drukken, van boven hoort er een taille te zitten en van opzij loopt de buik op naar achteren. Voel je de ribben niet, dan is hij te zwaar. Steken ze uit en zie je geen vlees, dan is hij te mager.
Moet mijn hond na castratie minder eten?
Meestal wel. Na een castratie of sterilisatie zakt de energiebehoefte flink en vaak sneller dan je denkt. Voer je gewoon door, dan komt hij erbij. Verlaag de portie zodra hij gecastreerd is, dan voorkom je het overgewicht waar je anders later tegenaan loopt.
Mijn hond is te dik, hoe pak ik dat aan?
Reken de portie vanaf het gewicht dat hij zou moeten hebben en niet vanaf wat hij nu weegt. Voer magerder zodat de bak vol blijft maar de energie omlaag gaat, reken snackjes eerlijk mee en bouw beweging rustig op. Haast is niet nodig, als de lijn maar de goede kant op gaat. Weeg om de één à twee weken. Lukt het niet terwijl je alles goed doet, laat hem dan nakijken.
Mijn hond is juist te mager en komt niet aan, wat nu?
Kijk eerst of er een onderliggende oorzaak is. Eet hij normaal en blijft hij toch mager, of valt hij ineens af, laat hem dan nakijken. Is hij gewoon een harde verbrander of kieskeurig, voer dan energierijker in plaats van meer volume, geef vaker kleine maaltijden en maak het smakelijk. Bouw rustig op en kijk naar de conditie.
Hoeveel snackjes mag mijn hond?
Snackjes zijn snoep en de maaltijd blijft de kern. Verrekenen mag, maar hol de hoofdvoeding niet uit om ruimte voor snoep te maken. Natuurlijke snacks tellen minder zwaar dan goedkope bewerkte rommel. En maak ze klein, want veel honden zijn even blij met een klein stukje. Wil je weten wat er echt bij komt, verzamel dan een week lang alle snackjes in een pot en weeg na.
Is rauw voeren veilig?
Voor de meeste gezonde honden is rauw en heel voeren een goede natuurlijke keuze die gedoe als kieskeurigheid of tandsteen kan verminderen. Werk wel hygiënisch, want rauw vlees kan ziektekiemen bevatten. Bij een hond met verminderde weerstand, zoals een heel jonge, oude of zieke hond of een hond onder medicatie, overleg je bij twijfel met je dierenarts.
Kan ik hondenvoeding ophalen in Hilversum?
Ja. Prooidier heeft een fysieke winkel aan de Koningsstraat 111 in Hilversum, telefoon 035-6247407. Je kunt er terecht voor advies op maat en om diepvriesprooidieren, KVV en BARF-voeding op te halen. Bestellen kan ook via de webshop.
Deze informatie is gebaseerd op algemeen erkende veterinaire en voedingskundige inzichten en op onze eigen winkelpraktijk, en bedoeld als praktische achtergrond. Het vervangt geen diergeneeskundig advies. Loopt er iets mis of twijfel je bij een zieke of kwetsbare hond, ga dan naar je dierenarts.