Voeding van insectivore hagedissen
Veel hagedissen die in gevangenschap worden gehouden, eten voornamelijk insecten en andere ongewervelden. Deze groep omvat onder meer verschillende gekko's, anolissen, kameleons en skinken. Toch vormen insectivore hagedissen geen uniforme groep. De natuurlijke voedselkeuze verschilt per soort en leefgebied, en sommige soorten eten naast insecten ook andere prooidieren of plantaardig voedsel.
Meer dan alleen insecten
In de natuur eten insectivore hagedissen uiteenlopende ongewervelden, zoals insecten, spinnen en andere kleine dieren. Welke prooien ze benutten, hangt onder meer af van hun lichaamsgrootte, jachtgedrag en de beschikbaarheid van voedsel.
Sommige soorten eten vrijwel uitsluitend kleine ongewervelden. Andere zijn opportunistischer en eten ook wormen, slakken of kleine gewervelde dieren. Bovendien kan de voedselkeuze tijdens de groei veranderen. Bij het samenstellen van een dieet is het daarom belangrijk om uit te gaan van de betreffende soort, in plaats van alle insectivore hagedissen dezelfde voeding te geven.
Levende of ontdooide insecten?
Veel insectenetende hagedissen reageren sterk op beweging en herkennen bewegende prooien gemakkelijker als voedsel. Daardoor accepteert niet iedere soort ontdooide insecten. Ook individuele dieren kunnen hierin verschillen. Sommige dieren leren ontdooide insecten te eten, terwijl andere alleen levende prooien accepteren.
De geschiktheid van diepvriesinsecten hangt daarom niet alleen af van de voedingswaarde, maar ook van de voedselacceptatie door het dier. Wanneer een hagedis ontdooide insecten niet opeet, is het belangrijk om te voorkomen dat de voedselopname onvoldoende wordt. De voeding moet dan op een andere manier aansluiten bij de behoeften van de soort.
Prooidier biedt enkele insectensoorten diepgevroren aan. Deze kunnen een optie zijn voor hagedissen die ontdooide insecten accepteren, maar zijn niet automatisch geschikt voor iedere insectivore soort.
Voedingswaarde en variatie
Niet alle insecten hebben dezelfde voedingswaarde. De verhouding tussen eiwitten, vetten, mineralen en andere voedingsstoffen verschilt per soort. Een eenzijdig dieet kan daardoor tekorten of een ongunstige voedingsbalans veroorzaken.
Bij levende voederinsecten kan de voedingswaarde worden beïnvloed door de voeding die de insecten vooraf krijgen. Dit wordt vaak gut-loading genoemd. Bij diepvriesinsecten is deze methode niet op dezelfde manier toepasbaar. De voedingswaarde van het product en de behoefte van de hagedis moeten daarom afzonderlijk worden beoordeeld.
Ook calcium en vitamine D₃ verdienen aandacht. Veel insecten bevatten van nature weinig calcium in verhouding tot fosfor. Afhankelijk van de soort, de totale voeding en de beschikbare UVB-straling kan aanvulling nodig zijn. De juiste aanpak verschilt per hagedissoort en moet daarom niet zonder meer voor de hele groep worden vastgelegd.
Afstemmen op de soort
Een geschikte voeding begint bij kennis van de natuurlijke voedselkeuze en de behoeften van de betreffende hagedis. Houd rekening met de grootte van de prooi, het jachtgedrag, de leeftijd en de lichaamsconditie. Controleer bovendien of het dier voldoende eet en zich normaal ontwikkelt.
Een voedingspatroon dat voor de ene insectivore hagedis goed werkt, hoeft niet geschikt te zijn voor een andere soort. Bij twijfel over de voedingssamenstelling of wanneer een dier slecht eet of gewicht verliest, is advies van een dierenarts met ervaring met reptielen verstandig.
Verschillen tussen soorten en beperkte kennis
Ook binnen de insectivore hagedissen bestaan belangrijke verschillen. Daggekko's (Phelsuma spp.) eten naast insecten en andere ongewervelden vaak ook nectar, stuifmeel en zacht fruit. Anolissen (Anolis spp.) eten voornamelijk geleedpotigen, maar sommige soorten nemen ook fruit of kleine gewervelde prooien op.
Van bepaalde hagedissoorten die in de terrariumhandel worden aangeboden, is de natuurlijke voedselkeuze nog onvoldoende bekend. In zulke gevallen is het belangrijk om onderscheid te maken tussen wat daadwerkelijk over de soort is waargenomen en wat op basis van verwante soorten wordt verondersteld. Een voedingsadvies moet dan met de nodige voorzichtigheid worden opgesteld en waar mogelijk worden aangepast aan nieuwe kennis en praktijkervaring.