Voedingsstoffen

Om te begrijpen wat een reptiel nodig heeft, moeten we niet alleen kijken naar de prooidieren die het eet, maar ook naar de voedingsstoffen die deze prooien leveren. Voedingsstoffen hebben ieder hun eigen functie in het lichaam. Het gaat daarbij onder andere om eiwitten, vetten, vitaminen, mineralen en water.

De behoefte aan deze voedingsstoffen verschilt per reptielsoort. Ook leeftijd, groei, voortplanting en de omstandigheden waarin een dier wordt gehouden kunnen invloed hebben op de behoefte. Voor veel reptielen zijn de exacte voedingsbehoeften bovendien nog niet volledig onderzocht. Daarom kunnen we niet voor iedere soort met zekerheid aangeven hoeveel van iedere voedingsstof nodig is.

Eiwitten

Eiwitten zijn belangrijke bouwstoffen voor het lichaam. Ze zijn onder andere nodig voor de groei, het onderhoud en het herstel van spieren en andere weefsels. Ook verschillende enzymen, hormonen en onderdelen van het immuunsysteem bestaan uit of zijn afhankelijk van eiwitten.

Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Niet alleen de hoeveelheid eiwit is daarom van belang, maar ook de samenstelling ervan. Verschillende voedingsmiddelen bevatten verschillende hoeveelheden en verhoudingen van aminozuren.

Voor een reptiel dat een complete prooi eet, komen deze aminozuren uit de verschillende weefsels van het prooidier. Daardoor is een complete prooi iets anders dan alleen een hoeveelheid spiervlees.

Vetten

Vetten zijn een belangrijke bron van energie. Daarnaast leveren ze vetzuren die het dier nodig heeft en helpen ze bij de opname van bepaalde vitaminen.

De hoeveelheid vet verschilt tussen prooidieren en kan ook veranderen naarmate een prooidier groeit. Een jonge prooi heeft daardoor niet automatisch dezelfde voedingswaarde als een volwassen prooi van dezelfde soort.

Voor reptielen is de hoeveelheid beschikbare energie belangrijk. Een voeding kan voldoende voedingsstoffen bevatten, maar toch te veel of te weinig energie leveren wanneer de hoeveelheid of samenstelling niet aansluit bij het dier en zijn omstandigheden.

Koolhydraten

Koolhydraten kunnen eveneens energie leveren, maar bij carnivore reptielen die voornamelijk complete gewervelde prooien eten, spelen ze over het algemeen een minder prominente rol dan eiwitten en vetten.

Dat betekent niet dat koolhydraten helemaal geen rol spelen. De hoeveelheid en vorm waarin ze worden aangeboden verschillen echter sterk tussen verschillende soorten voedsel. Bij omnivore en herbivore reptielen kunnen koolhydraten en andere plantaardige voedingsstoffen een veel grotere rol spelen.

Daarom is het niet zinvol om voor alle reptielen dezelfde voedingsverhouding na te streven. De voedingsstrategie van de soort bepaalt mede welke voedingsstoffen belangrijk zijn.

Mineralen

Mineralen zijn nodig voor allerlei processen in het lichaam. Ze spelen onder andere een rol bij de opbouw van botten, spier- en zenuwfunctie en verschillende processen in de stofwisseling.

Voor reptielen zijn calcium en fosfor bijzonder belangrijk. Beide mineralen zijn onder andere betrokken bij de opbouw en instandhouding van het skelet, maar ze hebben ook andere functies in het lichaam.

Niet alleen de hoeveelheid calcium en fosfor is belangrijk, maar ook de verhouding tussen beide. Een compleet prooidier bevat verschillende weefsels die samen voor een andere mineralensamenstelling zorgen dan alleen spierweefsel.

Dit is een van de redenen waarom een compleet prooidier voedingskundig niet gelijkgesteld kan worden aan vlees. Bot bevat bijvoorbeeld veel calcium, terwijl spierweefsel relatief weinig calcium bevat.

Ook andere mineralen, zoals magnesium, natrium, kalium, ijzer, zink en koper, hebben belangrijke functies. De hoeveelheid die een reptiel daarvan nodig heeft verschilt echter per soort en is niet voor iedere soort even goed onderzocht.

Vitaminen

Vitaminen zijn in kleine hoeveelheden nodig voor verschillende processen in het lichaam. Ze spelen onder andere een rol bij groei, stofwisseling, afweer en de werking van verschillende organen.

Een tekort aan een vitamine kan problemen veroorzaken, maar ook een teveel kan schadelijk zijn. Meer is daarom niet automatisch beter.

Bij sommige vitaminen hangt de beschikbaarheid bovendien niet alleen af van het voedsel. Een bekend voorbeeld is vitamine D₃. Bij verschillende reptielen kan ultraviolet B-licht (UVB) bijdragen aan de aanmaak van vitamine D₃ in de huid. De betekenis daarvan verschilt echter sterk per soort en natuurlijke leefwijze.

Voeding en leefomstandigheden kunnen daardoor niet altijd volledig los van elkaar worden gezien. Welke rol voeding en welke rol UVB spelen bij de voorziening van vitamine D₃ moet per soort worden beoordeeld.

Water

Water is een essentieel onderdeel van de voeding. Het is nodig voor onder andere de stofwisseling, transport van voedingsstoffen en afvalstoffen en het functioneren van cellen en organen.

Bij veel carnivore reptielen vormt de prooi een belangrijke bron van water. Een vers of goed bewaard gebleven prooidier bestaat voor een groot deel uit water. De hoeveelheid water die een reptiel op deze manier binnenkrijgt, verschilt echter per soort prooidier en per toestand van de prooi.

Water moet daarom niet als een onbelangrijk onderdeel van een prooi worden beschouwd. Het maakt deel uit van de totale voedingswaarde.

Energie

Naast afzonderlijke voedingsstoffen is ook de hoeveelheid energie die een reptiel binnenkrijgt belangrijk. Energie wordt vooral geleverd door vetten, eiwitten en in bepaalde voedingsstrategieën ook door koolhydraten.

De energiebehoefte is niet voor ieder reptiel hetzelfde. Een groeiend dier heeft andere behoeften dan een volwassen dier. Ook activiteit, temperatuur, voortplanting en seizoensinvloeden kunnen invloed hebben op het energieverbruik.

Dit betekent dat niet alleen de samenstelling van het voedsel van belang is, maar ook hoeveel voedsel een dier krijgt en hoe vaak het wordt gevoerd.

Voedingsstoffen werken samen

Voedingsstoffen staan niet los van elkaar. Calcium en fosfor zijn bijvoorbeeld samen betrokken bij de botstofwisseling, terwijl vitamine D een belangrijke rol speelt bij de calciumhuishouding. Ook de hoeveelheid energie en eiwit in de voeding beïnvloeden elkaar.

Daarom heeft het weinig zin om één voedingsstof afzonderlijk als "de belangrijkste" aan te wijzen. Een gezonde voeding bestaat uit een samenhangend geheel van voedingsstoffen in hoeveelheden die passen bij de soort.

Een complete prooi brengt veel van deze voedingsstoffen van nature samen. Dat betekent echter niet dat iedere complete prooi voor ieder reptiel een volledige of optimale voeding vormt. De samenstelling verschilt per prooidier en de voedingsbehoeften verschillen per reptielsoort. Lees voor de samenstelling van een complete prooi ook ‘Het complete prooidier als voedsel’.

Juist daarom moeten we bij het voeren niet alleen kijken naar wat een reptiel kan eten, maar ook naar welke voedingsstoffen het daarmee binnenkrijgt en of die voeding past bij de voedingsstrategie van de soort.

Lees ook: ‘Het complete prooidier als voedsel’ en ‘Voedingsstoffen’ voor meer achtergrond bij de samenstelling van prooien.