Carnivoor en prooidier
Wat betekent carnivoor?
Een carnivoor is een dier waarvan de voedingsstrategie geheel of voornamelijk is gericht op het eten van andere dieren. Dat dierlijk voedsel kan uit verschillende soorten prooien bestaan, zoals zoogdieren, vogels, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden.
Het begrip carnivoor zegt daarmee vooral waaruit de voeding bestaat, maar nog niet welke prooidieren een dier nodig heeft. Tussen carnivore dieren bestaan namelijk grote verschillen. Sommige soorten zijn sterk gespecialiseerd en eten voornamelijk één bepaalde groep prooien, terwijl andere soorten veel verschillende prooidieren benutten. Ook kan de samenstelling van het dieet veranderen met de leeftijd, het seizoen of de omstandigheden.
Carnivoor is niet hetzelfde als vleeseter
In het dagelijks taalgebruik wordt carnivoor vaak uitgelegd als een dier dat vlees eet. Dat is voor reptielen een te beperkte omschrijving. Een complete prooi bestaat immers niet alleen uit spierweefsel. Een dier dat een prooi in zijn geheel eet, krijgt ook organen, botten, huid en andere weefsels binnen.
Ook insecten en andere ongewervelden zijn dierlijk voedsel. Een reptiel dat voornamelijk insecten eet, kan daarom in brede biologische zin als carnivoor worden beschouwd. Omdat insectenetende reptielen een duidelijk andere voedingsstrategie kunnen hebben dan reptielen die voornamelijk gewervelde prooien eten, spreken we in de praktijk vaak afzonderlijk over insectivoren.
Voor de voeding van reptielen maken we daarom onderscheid tussen verschillende voedingsstrategieën:
- Carnivoren eten voornamelijk of geheel dierlijk voedsel.
- Insectivoren zijn gespecialiseerd in insecten en andere ongewervelden.
- Omnivoren eten zowel dierlijk als plantaardig voedsel.
- Herbivoren eten voornamelijk of geheel plantaardig voedsel.
Deze indeling is niet altijd volledig zwart-wit. Een soort kan bijvoorbeeld verschillende soorten voedsel benutten zonder dat één categorie het volledige natuurlijke dieet beschrijft. Het is daarom belangrijk om niet alleen naar de naam van een voedingsgroep te kijken, maar vooral naar wat een soort daadwerkelijk eet en hoe gespecialiseerd die voedingsstrategie is.
Wat een dier eet, is niet automatisch wat het nodig heeft
De natuurlijke voeding van een reptiel is een belangrijk uitgangspunt om zijn voedingsstrategie te begrijpen. Maar uit het feit dat een bepaald prooidier in de natuur wordt gegeten, kunnen we niet zonder meer concluderen dat dit prooidier in gevangenschap in iedere situatie voldoende of optimaal is.
Omgekeerd betekent het ontbreken van een bepaald prooidier in waarnemingen uit de natuur niet automatisch dat het ongeschikt is als voedsel. De beschikbaarheid van prooien, de omstandigheden waarin een reptiel leeft en de voedingswaarde van verschillende prooien spelen allemaal een rol.
Daarom moeten we onderscheid maken tussen wat een reptiel eet, welke voedingsstoffen het nodig heeft en welke prooidieren we in gevangenschap verantwoord kunnen aanbieden.
Lees ook: ‘Het complete prooidier als voedsel’ en ‘Welke prooidieren zijn geschikt?’.
Het complete prooidier als voedsel
Veruit de meeste slangen eten hun prooi in zijn geheel. Een muis, rat of ander prooidier wordt daarbij niet eerst in afzonderlijke onderdelen verdeeld, maar als compleet dier gegeten. Dat is een belangrijk verschil met het voeren van alleen vlees of spierweefsel.
Een complete prooi bestaat uit verschillende weefsels, zoals spieren, organen, botten, vet, huid en andere lichaamsdelen. Elk onderdeel draagt bij aan de totale voedingswaarde. Juist de combinatie van deze verschillende weefsels maakt een complete prooi interessant als voedsel.
Voor slangen die voornamelijk hele gewervelde prooien eten, vormt zo'n prooidier daardoor een voedingspakket waarin verschillende voedingsstoffen van nature samenkomen. Spierweefsel levert onder andere eiwitten en vetten, botten bevatten veel calcium en fosfor en organen leveren weer andere voedingsstoffen, waaronder vitaminen en mineralen.
Een prooidier is meer dan vlees
Wanneer we spreken over het voeren van een prooidier, bedoelen we daarom niet hetzelfde als het voeren van alleen vlees. Spierweefsel alleen heeft een andere samenstelling dan een complete prooi. Zo bevat spierweefsel relatief veel fosfor en weinig calcium, terwijl bot juist veel calcium bevat.
Het voeren van alleen spiervlees is daarom geen gelijkwaardige vervanging voor een complete prooi. Ook het verwijderen van bepaalde delen van een prooi verandert de samenstelling ervan.
Voor veel slangen die hele prooien eten, is dat onderscheid vanzelfsprekend: de slang eet de prooi zoals deze als geheel beschikbaar komt.
Niet iedere prooi is hetzelfde
Een complete prooi heeft niet altijd dezelfde voedingswaarde. Die kan onder andere verschillen door de soort, leeftijd en conditie van het prooidier. Ook de verhouding tussen bijvoorbeeld bot, spierweefsel, organen en vet verandert tijdens de groei.
Daarnaast kan de voeding van het prooidier zelf invloed hebben op de voedingswaarde. Een prooidier is immers niet los te zien van wat het tijdens zijn eigen leven heeft gegeten.
Ook tussen verschillende soorten prooidieren bestaan grote verschillen. Een muis is voedingskundig niet simpelweg hetzelfde als een rat, vogel, vis of insect. Het feit dat verschillende dieren allemaal als dierlijk voedsel kunnen worden beschouwd, betekent dus niet dat ze voedingskundig uitwisselbaar zijn.
Een complete prooi is niet automatisch voor ieder reptiel geschikt
Het voeren van een complete prooi heeft belangrijke voordelen, maar het betekent niet dat iedere complete prooi geschikt is voor ieder reptiel.
Bij slangen hangt de geschiktheid onder andere samen met de natuurlijke voedingsstrategie van de soort, de grootte van de slang en het type prooi dat de soort normaal gesproken benut. Een slang die voornamelijk kleine zoogdieren eet, heeft een andere voedingsstrategie dan een soort die gespecialiseerd is in vissen, amfibieën of ongewervelden.
Ook bij andere reptielen kan een complete gewervelde prooi een onderdeel van de voeding zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor bepaalde varanen en omnivore soorten. Voor andere reptielen, zoals sterk insectivore soorten, vormen insecten juist een veel belangrijker onderdeel van de voeding.
Een complete prooi moet daarom niet worden gezien als een universele voedingsformule die voor ieder reptiel alles levert wat het nodig heeft. Wel vormt het hele prooidier een voedingspakket waarin verschillende weefsels en voedingsstoffen van nature samenkomen.
Voor veel slangen die complete gewervelde prooien eten, vormt het voeren van een geschikte hele prooi dan ook de basis van de voeding. Voor andere reptielen moeten we eerst kijken naar hun eigen voedingsstrategie en naar de verschillende soorten voedsel die daarbij passen.
Lees ook: ‘Voedingsstoffen’ voor de functies van de belangrijkste voedingsstoffen.