Botten voeren aan je hond
Rauwe botten zijn een natuurlijke calciumbron en bevatten daarnaast vetzuren, vitamines en mineralen. Ze horen bij een natuurlijk dieet voor een carnivoor en leveren meer op dan alleen voeding: het kauwen verzadigt de natuurlijke kauwbehoefte, houdt een hond op een gezonde manier bezig, en het scheuren en trekken werkt als een natuurlijke tandenborstel. Dat houdt het gebit schoon en helpt tandplak en tandsteen voorkomen.
Het geven van botten is niet zonder risico, maar met de juiste aanpak gaat er weinig mis. Hieronder lees je waar je op moet letten.
Botten en brok gaan niet goed samen
Een dieet met veel koolhydraten, zoals brok, wordt in verband gebracht met een minder sterke maagzuurproductie. Dat maakt het lastiger voor het lichaam om bot goed te verteren en de bacteriën in rauw vlees te verwerken. Voer je (nog) hoofdzakelijk brok, geef dan liever geen botten. Wil je toch af en toe een bot geven naast brok, doe dat dan in een aparte maaltijd, niet gemengd door de brok heen.
Ben je net overgestapt op rauw, wacht dan eerst een week tot twee weken voordat je botten introduceert, bij een oudere hond of een gevoelige spijsvertering liever nog wat langer. Zo krijgt het lichaam de tijd om de maagzuurproductie op peil te brengen die nodig is om bot goed te verteren.
Hoe je een bot het beste aanbiedt
Geef een bot bij een kleine maaltijd, niet op een volledig lege maag. Het eten van vlees stimuleert de aanmaak van maagzuur, en dat helpt juist bij het verteren van het bot dat erna komt.
Kies een bot die ongeveer zo groot is als de kop van je hond, of groter. Zo moet hij er actief stukken van afbijten in plaats van het bot in zijn geheel door te slikken. Geef nooit een bot die klein genoeg is om zonder kauwen naar binnen te werken.
Een hond die nog nooit botten heeft gehad, moet er soms aan wennen. Sommige honden vinden het prettig als jij het bot vasthoudt terwijl ze eraan knagen. Een hond die schrokkerig of fel is, kun je het bot beter in één keer geven in plaats van het vast te houden. Bied bij zo'n hond bewust de makkelijkste, zachtste botten aan, zoals een kippennek, en bouw pas op naar iets groters zodra je zeker weet dat hij er rustig en verantwoord mee omgaat. Twijfel je nog, blijf dan liever nog even op het makkelijke niveau hangen.
Altijd rauw, nooit gekookt
Geef botten altijd rauw. Door koken, bakken, roken of grillen verandert de structuur van het bot, waardoor het kan splinteren. Scherpe splinters kunnen het maagdarmkanaal beschadigen, tot en met een perforatie toe. Dit risico speelt niet bij rauwe botten.
Ook binnen rauw geldt: hoe harder het bot, hoe groter het risico. Rauw is dus een voorwaarde, geen vrijbrief om zomaar alles te geven.
Minstens zo belangrijk is hoe je hond zelf een bot aanpakt. Sommige honden soppen rustig op een bot en knagen het langzaam af. Andere gaan er vol voor en knappen het bot met kracht doormidden. Een stafford bijvoorbeeld kent op dat vlak vaak geen grenzen: die bijt gewoon door waar een andere hond eerst zou aftasten. Ken je hond en zijn manier van eten, en kies de hardheid van het bot daarop af, niet alleen op zijn grootte.
Nooit zonder toezicht
Geef botten nooit zonder dat je erbij bent. Een bot kan vast komen te zitten tussen de kiezen, of in de keel of luchtpijp terechtkomen. Blijf in de buurt zodat je kunt ingrijpen als dat nodig is.
Altijd met vlees eraan
Geef geen kale botten. Zorg dat er spiervlees aan het bot zit, en is dat niet het geval, geef er dan apart wat spiervlees of pens bij.
Welke botten wel, welke niet
Begin met de makkelijkere botten: die van kleine dieren, zoals kippennekken, eendennekken of een hele konijnenkarkas, en de niet-dragende botten van jonge, grote dieren, zoals een geitennek, lamsribben of runderstrot. Gaat de vertering daarvan goed, dan kun je opbouwen naar iets grotere botten, zoals kippenvleugels of een konijnenkarkas.
Blijf weg bij de dragende botten van grote dieren, zoals runderpoten of knieschijven. Die zijn spijkerhard, veroorzaken slijtage aan het gebit, en het hoge calciumgehalte kan verstopping en schade aan het spijsverteringssysteem geven.
Waarschuwing: koop geen gedroogde botten van grote dieren. In veel dierenwinkels liggen gedroogde botten van grote dieren te koop, zoals de bekende "dinobotten" of gedroogde kalfspoten. Koop deze niet. Het is een dubbel probleem. Ten eerste zijn het vaak dragende botten, van nature al spijkerhard, en die hardheid kan tanden breken. Ten tweede verandert drogen de structuur van bot, net zoals koken dat doet: het wordt broos en splintert makkelijker. Dat is precies de reden waarom we verderop op deze pagina zeggen dat botten altijd rauw en nooit gekookt moeten worden. Gedroogd bot heeft in feite hetzelfde splinterrisico, alleen ontstaan via een ander proces, en scherpe splinters kunnen het tandvlees, de mond of het spijsverteringskanaal verwonden of perforeren. Dat zo'n bot gewoon in een dierenwinkel te koop ligt, betekent niet dat het veilig is. Ook als het kleiner of onschuldiger oogt dan een dinobot, zoals een gedroogde kalfspoot, geldt dezelfde waarschuwing. Houd je aan de rauwe, niet-gedroogde botten die hierboven staan beschreven.
Meer over calcium en botten bij een groeiende pup
Voer je een pup, dan is calcium extra belangrijk om goed te doseren. Lees daarvoor onze pagina over puppy's en calcium.
Veelgestelde vragen
Mijn hond bijt overal met volle kracht doorheen, moet ik iets anders doen?
Ja, houd daar rekening mee bij de keuze van het bot. Een hond die niet rustig aftast maar meteen vol doorbijt, zoals veel staffords, loopt eerder risico op een gebroken tand of een bot dat met kracht in scherpe stukken breekt. Kies voor deze honden liever een zachter of groter bot, en houd extra goed toezicht.
Zijn de grote "dinobotten" of gedroogde kalfspoten uit de dierenwinkel goed voor mijn hond?
Nee, koop deze niet. Het zijn gedroogde botten van grote dieren, en dat is dubbel riskant: ze zijn vaak van nature al spijkerhard, wat tanden kan breken, en het drogen maakt ze bovendien broos en splintergevoelig, net zoals bij gekookt bot gebeurt. Scherpe splinters verwonden dan weer het tandvlees, de mond of het spijsverteringskanaal. Dit geldt voor elk gedroogd bot van een groot dier, ook als het er kleiner of onschuldiger uitziet dan een dinobot. Houd je aan rauwe, niet-gedroogde botten van het type dat op deze pagina staat beschreven.
Mijn hond eet brok, mag ik toch af en toe een bot geven?
Liever niet structureel. Wil je het toch proberen, doe dat dan in een aparte maaltijd, niet gemengd met de brok, en kies dan een zacht bot, zoals een kippennek. Geen stevigere botten zoals een geitenrib: die vragen meer van de spijsvertering, en dat is precies waar een brokkenhond minder goed op is toegerust. Houd de reactie van je hond goed in de gaten.
Hoe weet ik of een bot te hard is?
Een vuistregel: kun je het bot niet makkelijk met een tuinschaar doorknippen, dan is het waarschijnlijk te hard voor je hond om te verteren, ook al kan hij er wel op kauwen.
Mijn hond slikt stukken bot in plaats van te kauwen, is dat een probleem?
Dat kan, vooral bij grotere brokken bot. Doet je hond dit structureel, sla het bot dan plat met een vleeshamer voordat je het geeft, zodat er minder harde stukken overblijven om in te slikken. Je kunt je hond ook helpen leren kauwen door het bot vast te houden en samen te "eten": zo dwing je een rustiger tempo af dan wanneer hij het bot los krijgt. Controleer daarnaast af en toe de ontlasting. Prik er even in of breek het open om te zien hoe groot de stukken bot nog zijn na de vertering. Zijn die stukken groot en hard, dan is dat een teken om het bot kleiner of zachter te kiezen, of vaker te platten.