Huid en vacht bij je hond

De huid is het grootste orgaan van je hond en de vacht is er de zichtbare buitenkant van. Samen vormen ze een spiegel: een soepele huid en een glanzende, veerkrachtige vacht horen bij een hond die zich goed voelt. Wordt de vacht dof, gaat je hond krabben of ontstaan er kale plekken, dan is dat vaak een van de eerste signalen dat er iets speelt.

Op deze pagina lees je wat huid en vacht over de gezondheid zeggen, hoe een vacht is opgebouwd, waardoor huidproblemen ontstaan, hoe je een vlooien- of parasietenallergie herkent, en hoe je de vacht verzorgt en wast. Voeding loopt als rode draad mee: het is de basis waarop huid en vacht worden gebouwd, geen behandeling van een aandoening.

Wat zeggen huid en vacht over de gezondheid van je hond?

De huid werkt als barrière tegen bacteriën, vocht en beschadiging, en de talgklieren (kliertjes die talg maken, een dun vetlaagje dat de huid soepel houdt en de vacht glans geeft) houden dat systeem in balans. Als het lichaam goed draait, zie je dat aan een vacht die glanst en aan huid die soepel en zonder roos aanvoelt.

Een doffe of schilferige vacht, kale plekken, aanhoudende jeuk of een vieze geur kunnen wijzen op uiteenlopende oorzaken: parasieten, een allergie, een infectie, een tekort in de voeding of een interne of hormonale kwestie. De vacht stelt geen diagnose, maar geeft wel vroeg een seintje: het huidbeeld weerspiegelt vaak de algehele conditie van het dier.

Hoe zit een vacht in elkaar en welke vachtsoorten zijn er?

Elk haar groeit uit een haarzakje (de follikel), met daarnaast een talgklier die het haar invet. Veel honden hebben een dubbele vacht: langere dekharen voor bescherming en daaronder zachte onderwol (donshaar) voor isolatie. Die onderwol bepaalt voor een groot deel hoeveel een hond verhaart.

Grofweg onderscheiden we een paar vachtsoorten, en elke soort vraagt eigen onderhoud. Gladhaar of korthaar (denk aan een labrador of boxer) verhaart kort maar volop en heeft weinig kammen nodig. Langhaar (zoals een golden retriever) klit sneller en wil regelmatig doorgeborsteld worden. Ruwhaar of draadhaar (veel terriërs) houdt zijn structuur het best door plukken of trimmen, niet door scheren. Krulhaar (zoals een poedel) blijft doorgroeien en moet geknipt en goed ontklit worden.

Waardoor krijgen honden huidproblemen?

De oorzaken zijn breed. Parasieten zoals vlooien, mijten en luizen staan bovenaan. Daarnaast spelen allergieën een grote rol: voor vlooienspeeksel, voor omgevingsallergenen of, minder vaak, voor iets in het voer. Bacteriële infecties en gistontstekingen komen er vaak als tweede probleem bovenop, op een huid die al geïrriteerd is.

Ook een droge huid, stress en hormonale kwesties tellen mee; een traag werkende schildklier of de ziekte van Cushing kunnen bijvoorbeeld wijzen op vachtverlies zonder jeuk. Tot slot kan een tekort aan essentiële vetzuren of eiwit in de voeding de huid kwetsbaarder maken. Goede voeding ondersteunt de huid, maar behandelt een medische aandoening niet.

Hoe herken je een vlooien- of parasietenallergie?

Bij een vlooienallergie (een overgevoeligheid voor vlooienspeeksel) is één beet al genoeg om hevige jeuk uit te lokken. De jeuk zit typisch op de onderrug, rond de staartbasis en op de achterbenen, waar de hond zich kaal kan krabben of bijten.

De vlooienpoep-test. Je vindt niet altijd een vlo, maar wel vlooienpoep: kleine zwarte korreltjes die op een nat wit doekje roodbruin uitlopen, want het is verteerd bloed. Dit is de betrouwbaarste manier om vlooien te bevestigen, ook als je geen levend beestje ziet.

Andere parasieten geven een eigen beeld. Schurftmijt (sarcoptes) veroorzaakt hevige jeuk, vaak eerst op oorranden en ellebogen. Demodex en oormijt geven weer andere klachten. Ziet of vermoed je dit, ga dan gericht te werk: vraag je dierenarts om een huidschraapsel om mijten aan te tonen, in plaats van op de gok te ontvlooien.

Bij vlooien is regelmatig stofzuigen een simpel en verrassend effectief wapen: het is aantoonbaar dodelijk voor alle levensstadia van de vlo, van ei tot volwassen dier, en pakt daarmee het grootste deel van de populatie aan dat zich in huis bevindt en niet op je hond. Was ook regelmatig de mand en het beddengoed op minimaal 60 graden.

Direct op je hond zelf kun je een vlooienkam gebruiken: een fijne kam die vlooien en vlooienpoep letterlijk uit de vacht kamt, zonder chemie. Kam boven een lichte ondergrond of een stuk wit papier, zodat je meteen ziet wat eruit komt. Bij een lichte besmetting is dit, gecombineerd met stofzuigen en wassen op temperatuur, vaak al genoeg om het onder controle te krijgen. Bij een hardnekkige of grote besmetting is een vlooienkam een goede aanvulling naast andere maatregelen, maar niet altijd voldoende als enige aanpak.

Ook diatomeeënaarde is een natuurlijke, niet-chemische optie. Dit fijne poeder van gefossiliseerde algen werkt mechanisch: de scherpe, microscopische deeltjes beschadigen het uitwendige pantser van vlooien en andere insecten, waardoor ze uitdrogen. Er komt geen gif aan te pas. Gebruik uitsluitend diatomeeënaarde van voedingskwaliteit, industriële varianten zijn niet geschikt voor dieren. Masseer het licht door de vacht of strooi het in de mand en op plekken waar je hond graag ligt. Let bij het aanbrengen wel op dat je het zelf niet inademt, want dat kan irriteren.

Een andere natuurlijke optie is een middel op basis van etherische oliën, zoals STOP! Bodyguard, met onder andere alsem, brandnetel, tijm, knoflook, lavendel, rozengeranium, rozemarijn en salvia. Belangrijk om te weten: dit werkt anders dan diatomeeënaarde. Het doodt geen vlooien of teken, maar houdt ze op afstand door de geur, als een soort afweermiddel. Dat maakt het geschikt als preventieve maatregel, ook bij pups, dragende of zogende dieren en oudere honden, maar niet als aanpak bij een bestaande, volledige besmetting. Heb je die al, combineer het dan met de omgevingsmaatregelen hierboven.

De meeste chemische vlooienmiddelen werken via het zenuwstelsel van het insect en zijn in de kern neurotoxines, ook de middelen die als veilig gelabeld staan bij de geadviseerde dosering. Dat maakt ze niet per definitie onverantwoord, maar wel iets om bewust voor te kiezen en niet als automatisme in te zetten.

Er is nog een reden om terughoudend te zijn, zeker als je hond graag zwemt: deze middelen spoelen af in het water, en dat blijft veel langer een probleem dan het etiket doet vermoeden. Onderzoek van de universiteiten van Sussex en Imperial College London, met 49 honden, liet zien dat een behandelde hond nog tot 28 dagen na de behandeling genoeg gif afgeeft tijdens het zwemmen om de veilige waternormen te overschrijden, ook in een flinke plas water. Op het etiket staat meestal een wachttijd van slechts twee tot vier dagen, en dat blijkt dus geen garantie. Vermoedelijk zijn deze middelen zelfs een belangrijke bron van de fipronil- en imidacloprid-vervuiling die in rivieren wordt aangetroffen. Voer je hond zo'n behandeling, houd hem dan in de weken erna liever uit natuurlijk water zoals sloten, vijvers en rivieren.

Twijfel je wat bij jouw hond en situatie past, kom dan langs of app ons: we denken graag mee over een aanpak die bij je hond en je overtuiging past.

Kunnen voeding, huid en vacht samenhangen?

Ja, en de samenhang is direct en goed te verklaren. Haar bestaat grotendeels uit keratine, een eiwit, dus goede eiwitkwaliteit is de basis. Zonder voldoende en goed opneembaar eiwit heeft het lichaam simpelweg niet het bouwmateriaal voor een sterke vacht.

Essentiële vetzuren spelen een grotere rol dan vaak gedacht, en dat verdient wat meer uitleg dan alleen "goed voor de vacht". Omega-6-vetzuren, die ruim voorkomen in de meeste voeding, leveren onder meer arachidonzuur, de bouwstof voor stoffen die ontstekingen juist aanjagen. Omega-3-vetzuren, met name EPA en DHA uit vette vis, concurreren met datzelfde arachidonzuur om dezelfde enzymen. Komt er meer omega-3 binnen, dan verschuift die balans: er ontstaan minder van de ontstekingsbevorderende stoffen, en EPA en DHA leveren zelf stoffen op die ontstekingen actief helpen afremmen in plaats van alleen neutraal te zijn.

Dit is meer dan een theorie. Onderzoek bij honden met atopische dermatitis, de aandoening die we hierboven bespraken, liet bij een dosis van ongeveer 40 tot 100 milligram EPA en DHA samen per kilo lichaamsgewicht per dag een aantoonbare afname van de jeukscore zien binnen zes weken, in vergelijking met een placebo. Dat is een flink hogere, therapeutische dosis dan de hoeveelheid die je voor algemeen vachtonderhoud zou gebruiken. Bij een gewone, gezonde hond is een basisdosis prima als ondersteuning, maar bij een actieve ontstekings- of jeukklacht is de hoeveelheid die daadwerkelijk verschil maakt een stuk hoger, en dan is het verstandig om de dosering met je dierenarts af te stemmen in plaats van zelf te verdubbelen.

Veel gangbare voeding bevat van nature meer omega-6 dan omega-3, bijvoorbeeld door kippenvet of plantaardige oliën. Zonder voldoende omega-3 om dat te compenseren, blijft de balans richting ontsteking doorslaan. Dat is precies waarom vette vis of visolie in het dieet er niet zomaar bij zit, maar een functie heeft. Daarnaast spelen zink, biotine en vitamine E mee bij een gezonde huid en vacht. Een tekort aan een van deze bouwstoffen kan wijzen op een doffe vacht, meer schilfers of traag herstel van de huid.

Bij Prooidier vertaalt dat zich naar vers vlees en rauwvoer met een goed vetprofiel, en vette vis of zalmolie als bron van omega-3. Zie het als het fundament onder een gezonde huid, niet als geneesmiddel: voeding ondersteunt, maar vervangt geen behandeling bij een vastgestelde aandoening. Vermoed je een echte voedselallergie, doe dan een eliminatiedieet onder begeleiding van je dierenarts, zodat je zeker weet wat je test. Meer hierover lees je op onze pagina over natuurlijke hondenvoeding.

Wat is atopie (omgevingsallergie)?

Atopie, voluit atopische dermatitis, is een overgevoeligheid voor stoffen uit de omgeving, zoals pollen, huisstofmijt en schimmelsporen. Je kunt het vergelijken met hooikoorts bij mensen: dezelfde soort stoffen, dezelfde overgevoelige reactie van het afweersysteem. Het grote verschil zit in waar die reactie zich uit. Bij een mens met hooikoorts gaat het vooral naar de neus en de ogen, omdat de allergenen daar worden ingeademd en de reactie zich op de slijmvliezen afspeelt. Bij een hond slaat dezelfde overgevoeligheid neer op de huid.

Dat komt doordat honden met atopie een aangeboren zwakte hebben in de huidbarrière, waardoor allergenen makkelijker de huid binnendringen dan bij een gezonde hond. Het lichaam reageert daar lokaal op met ontsteking en jeuk, precies op de plek waar de allergenen naar binnen komen. Dat verklaart ook waarom de jeuk zich concentreert op specifieke plekken: de poten, de oren, de snuit, de oksels en de liezen zijn plekken met dunnere huid en minder haar, waar allergenen het makkelijkst doorheen dringen. Er zit een erfelijke aanleg achter en het begint vaak op jonge leeftijd. Terugkerende oorontstekingen horen bij het beeld. Soms is het seizoensgebonden, soms het hele jaar.

Atopie is niet te genezen, wel goed te beheersen. Voeding en ondersteuning van de huidbarrière kunnen onderdeel zijn van de aanpak, maar de diagnose en de behandeling horen bij de dierenarts of een dermatoloog. Blijft je hond jeuken, vraag dan gericht om een allergieonderzoek of een verwijzing naar een dermatoloog, in plaats van steeds alleen de jeuk te dempen.

Waarom verhaart je hond en wat is normaal?

Verharen, ook wel de rui genoemd, is gewoon het vervangen van oude haren. Het wordt vooral aangestuurd door de daglengte: als het licht verandert, komt de vacht in beweging. Honden met veel onderwol hebben daardoor meestal twee duidelijke ruipieken per jaar, in het voorjaar en het najaar. Honden die veel binnen leven bij kunstlicht en verwarming, verharen vaak het hele jaar een beetje.

Een haar groeit gemiddeld ongeveer een centimeter per maand. Dat verklaart voor een deel waarom een korthaar sneller een volledig vachtwisseling doormaakt dan een langhaar: een kort haartje van een paar centimeter is in een paar maanden weer op volle lengte, terwijl een lang haar van tientallen centimeters er veel langer over doet om helemaal na te groeien. Bij honden met continu doorgroeiend haar, zoals een poedel, speelt dit weer anders: die hebben nauwelijks een echte ruiperiode en moeten juist geknipt worden omdat het haar simpelweg blijft groeien.

Naast licht en temperatuur hebben ook hormonen, voeding, stress en de algehele gezondheid invloed op de vacht. Normaal verharen is gelijkmatig. Gaat je hond juist plukkerig verharen, ontstaan er kale plekken of verandert de vachtkwaliteit sterk, dan kan dat wijzen op stress, een voedingsprobleem of een hormonale oorzaak, en is het de moeite waard om verder te kijken.

Er is ook een acute vorm van verharen die weinig mensen kennen, terwijl bijna iedereen hem wel eens heeft gezien: stress en pijn kunnen in één klap voor een fikse haaruitval zorgen. Bij acute stress of pijn maakt het lichaam adrenaline aan, en dat laat de kleine spiertjes rond de haarzakjes samentrekken, hetzelfde mechanisme als kippenvel bij mensen. Haren die toch al in hun rustfase zaten, laten daardoor los. Let er maar eens op als je hond bij de dierenarts is geweest en het niet fijn heeft gehad: dan zie je vaak los haar op de behandeltafel of in de auto op de terugweg liggen, terwijl er niets mis is met de vacht zelf. Dit is een kortdurende reactie op het moment zelf, geen teken van een structureel probleem.

Hoe verzorg en was je de vacht goed?

Borstelen is de basis, en hoe je dat doet hangt af van de vachtsoort. Bij onderwol kam je de losse dons eruit, bij langhaar werk je klitten voor ze vastzitten, ruwhaar houd je op structuur met plukken of trimmen en krulhaar knip en ontklit je. Klitten die je laat zitten, worden vilt: een vastgekoekte laag die aan de huid trekt en er vocht en vuil onder vasthoudt. Regelmatig doorborstelen voorkomt dat.

Wassen doe je met mate. De huid van een hond heeft een andere zuurgraad dan die van ons, dus gebruik altijd een milde hondenshampoo en geen mensenshampoo. Was niet vaker dan nodig, want te vaak wassen spoelt de beschermende talglaag weg en droogt de huid uit. Spoel de vacht daarna grondig uit, want shampooresten irriteren, en droog je hond goed, zeker een dichte onderwol. Deze vuistregel geldt voor een gezonde huid; bij gist- of bacteriële overgroei ligt dat anders, zie de veelgestelde vragen hieronder.

Wanneer moet je naar de dierenarts?

Ga langs bij aanhoudende jeuk, kale plekken, wondjes of korsten, een vette of stinkende huid, of wanneer de klachten snel verergeren of gepaard gaan met sloomheid. Ook een hond die zichzelf stuk krabt of bijt, hoort nagekeken te worden.

Blijf niet te lang hangen bij dezelfde aanpak als je er met je dierenarts niet uitkomt. Vraag dan gericht om een doorverwijzing naar een dermatoloog. Dat zegt niets over de kwaliteiten van je eigen dierenarts, die immers een breed vakgebied moet beheersen, maar een dermatoloog houdt zich dag in dag uit uitsluitend bezig met huidproblemen. Die herkent een lastig patroon sneller en heeft toegang tot gerichter onderzoek, simpelweg omdat het zijn volledige specialisatie is.

Vraag om een gerichte test. Vraag niet alleen om een inschatting, maar om onderzoek dat de oorzaak daadwerkelijk onderscheidt: een huidschraapsel voor mijten, een plakproef of uitstrijkje voor gist en bacteriën, of een allergieonderzoek. Dat werkt beter dan alleen het symptoom bestrijden. Bij hardnekkige huidklachten kan een verwijzing naar een dierendermatoloog veel opleveren.

Welke medicatie wordt ingezet bij hardnekkige jeuk?

Bij sommige huidproblemen kom je helaas niet weg met alleen voeding en verzorging, en is medicatie nodig om de jeuk en ontsteking onder controle te krijgen. Het is goed om te weten dat er gradaties in zitten, zodat het gesprek met je dierenarts of dermatoloog makkelijker wordt. Dit is geen keuzemenu om zelf uit te kiezen, maar achtergrond om het gesprek te kunnen volgen.

Medicinale shampoo of foam, zoals eerder beschreven bij gist- en bacteriële overgroei, werkt lokaal op de huid zelf. Dat is de mildste ingreep, maar pakt niet de onderliggende reden aan waarom het lichaam overgevoelig reageert.

Cytopoint is een injectie die je hond om de vier tot acht weken bij de dierenarts krijgt. Het is een antilichaam dat specifiek één stofje uitschakelt, interleukine-31, de belangrijkste jeukprikkel in het lichaam. Cytopoint grijpt niet in op het immuunsysteem als geheel: het vangt alleen die ene jeuksignaalstof weg, verder blijft alles bij het oude. Daardoor heeft het over het algemeen de minste bijwerkingen van de sterkere opties, en het werkt vaak al binnen een dag.

Apoquel is een tablet die je dagelijks geeft, en dat is een ander verhaal. Apoquel remt niet één stofje, maar een hele groep signaalstoffen tegelijk, via een systeem dat ook een rol speelt bij infectiebestrijding en het opsporen van afwijkende cellen. Het is dus geen "smarties": het grijpt breder in op het immuunsysteem dan Cytopoint, en daarom wordt bij langdurig gebruik geadviseerd om je hond te laten controleren op infecties en bloedwaarden. Het werkt wel snel, vaak al binnen enkele uren tot een dag.

Numelvi is een nieuwere variant binnen dezelfde medicijnklasse als Apoquel, maar preciezer gericht. Waar Apoquel een breed scala aan signaalstoffen tegelijk afremt, is Numelvi veel selectiever voor precies het stofje dat de jeuk aanstuurt, met minder effect op de andere routes van het immuunsysteem. Het werkt nog sneller dan Apoquel, vaak al binnen enkele uren. Toch is het geen vrijblijvend middel: ook Numelvi grijpt in op het immuunsysteem en kent daardoor vergelijkbare aandachtspunten als Apoquel, zoals een verhoogd risico op bepaalde infecties. Omdat het middel nog relatief nieuw is, is de veiligheid tot nu toe vooral op de korte termijn onderzocht.

Cyclosporine is nog een andere route: een dagelijkse tablet of drank die het immuunsysteem breder onderdrukt, gericht op de cellen die de allergische reactie aansturen. Dit middel heeft weken nodig om volledig te gaan werken, dus het is niets voor een acute opflakkering, maar wel een optie voor langdurig gebruik. De bijwerkingen krijgen wat minder aandacht dan die van Apoquel of prednison, terwijl ze er wel degelijk zijn. In het begin komen misselijkheid, verminderde eetlust en diarree vaak voor, meestal tijdelijk. Bij langduriger gebruik kan het tandvlees abnormaal gaan woekeren, kan de vacht juist te veel gaan groeien op plekken waar dat niet moet, en is er een verhoogd risico op diabetes. Ook dit middel onderdrukt het immuunsysteem, met een groter risico op infecties als gevolg. Cyclosporine wordt afgeraden bij honden met kanker of een voorgeschiedenis daarvan, en vraagt om voorzichtigheid bij diabetes of nierproblemen.

Prednison en vergelijkbare corticosteroïden zijn de zwaarste, maar ook de snelst werkende optie: vaak zie je al binnen een dag verbetering. Ze onderdrukken het hele afweer- en ontstekingssysteem breed, en dat heeft een prijs. Bij langer gebruik kunnen ze zorgen voor meer dorst en plassen, gewichtstoename, spierafbraak en een verhoogd risico op infecties, en het lichaam moet er daarna geleidelijk vanaf worden gebouwd in plaats van in één keer stoppen. Prednison wordt daarom vooral kortdurend ingezet bij een acute opflakkering, of als overbrugging terwijl een langzamer werkend middel zoals cyclosporine op gang komt.

Welke van deze opties het beste past, hangt af van hoe ernstig en hoe hardnekkig de klachten zijn, de leeftijd en gezondheid van je hond, en soms ook praktische zaken zoals of een tablet of een injectie beter uitkomt. Dat gesprek hoort bij je dierenarts of dermatoloog thuis. Wil je precies weten hoe een dierenarts jeuk systematisch onderzoekt en welke oorzaken er allemaal worden uitgesloten voordat deze medicatie in beeld komt, lees dan onze uitgebreide pagina over jeuk bij honden.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak mag ik mijn hond wassen?
Niet vaker dan nodig. Voor de meeste honden is eens in de paar maanden of bij zichtbare vervuiling genoeg. Te vaak wassen spoelt de beschermende talglaag weg en droogt de huid uit. Gebruik altijd een milde hondenshampoo en spoel grondig na.

Dit geldt voor een gezonde huid. Heeft je hond last van gist- of bacteriële overgroei, dan is het net andersom: dan wordt juist vaker gewassen, in de eerste weken vaak elke drie tot vijf dagen, met een specifieke medicinale shampoo die enige tijd moet inwerken voordat je 'm uitspoelt. Dat is geen gewone milde shampoo maar een gerichte behandeling, dus laat de keuze en de frequentie hiervan door je dierenarts bepalen.

Wanneer vraag ik om een doorverwijzing naar een dermatoloog?
Zodra je merkt dat je met de gebruikelijke aanpak niet verder komt en de klachten aanhouden of terugkomen. Dat is geen teken dat je dierenarts het niet goed doet, maar een dermatoloog is uitsluitend met huidproblemen bezig en herkent daardoor sneller een lastig patroon en kan gerichter onderzoek doen. Aarzel niet om er zelf naar te vragen.

Mijn hond verloor ineens veel haar bij de dierenarts, is dat erg?
Nee, dat is meestal een kortdurende stressreactie. Adrenaline bij acute stress of pijn laat haren die al in hun rustfase zaten loslaten, soms in één keer zichtbaar veel. Zodra de spanning wegvalt, stopt dit vanzelf weer. Het is geen teken van een onderliggend vachtprobleem.

Mijn hond verhaart het hele jaar door, is dat erg?
Dat kan normaal zijn, vooral bij binnenhonden die veel kunstlicht en verwarming ervaren, waardoor de natuurlijke ruipieken vervagen. Let op de kwaliteit: een gelijkmatige, glanzende vacht is prima. Plukkerig verharen met kale plekken kan wijzen op stress, voeding of een hormonale oorzaak en is reden om verder te kijken.

Helpt meer visolie tegen jeuk of ontstoken huid?
Voor algemene vachtondersteuning is een basisdosis omega-3 prima. Voor een actieve jeuk- of ontstekingsklacht is de hoeveelheid die echt verschil maakt een stuk hoger dan die basisdosis. Ga dan niet zelf verdubbelen, maar overleg de juiste dosering met je dierenarts, ook omdat dan pas duidelijk is of voeding voldoende is of dat er meer aan de hand is.

Helpt zalmolie tegen een doffe vacht?
Omega-3-vetzuren uit vette vis of zalmolie ondersteunen de huidbarrière en de vachtconditie, en een doffe vacht door een tekort kan daarvan opknappen. Het is voedingsondersteuning, geen behandeling: blijft de vacht slecht of jeukt je hond, laat dan de oorzaak onderzoeken.

Hoe weet ik of het vlooien zijn of een allergie?
Zoek naar vlooienpoep: zwarte korreltjes die op een nat wit doekje roodbruin uitlopen. Bij een vlooienallergie is één beet al genoeg voor hevige jeuk, vooral op de onderrug en staartbasis. Twijfel je, ontvlooi dan consequent en laat het bij aanhoudende jeuk door de dierenarts beoordelen.

Dit is de algemene lijn, maar jouw hond is niet algemeen. Twijfel je over de vacht, de jeuk, de verzorging of over wat past bij jouw hond, loop dan binnen of app ons. We kijken samen naar je hond en zoeken de voeding en de verzorging die bij hem passen. Daar is een winkel met mensen die er verstand van hebben nu eenmaal handiger voor dan een tekst op internet. Bestellen kan gewoon via de webshop.

Prooidier · Koningsstraat 111, Hilversum · 035-6247407. Kom langs in de winkel of bestel online in de webshop.