Puppy's en calcium
Een pup heeft flink wat calcium nodig om zijn botten te laten groeien. Maar hier zit een valkuil in die weinig mensen kennen: te veel calcium is net zo schadelijk als te weinig. Veel eigenaren denken dat wat extra geen kwaad kan, en juist die aanname veroorzaakt problemen.
Te veel is net zo erg als te weinig
Te weinig calcium geeft zachte, breekbare botten. Dat is bekend, en daar wordt vaak voor gewaarschuwd. Minder bekend, maar minstens zo belangrijk: te veel calcium wordt in verband gebracht met skeletproblemen zoals heupdysplasie, elleboogdysplasie, osteochondritis dissecans en koehakkigheid, en het kan op latere leeftijd bijdragen aan degeneratieve gewrichtsklachten.
De valkuil. De verschijnselen van te veel calcium lijken sterk op de klachten van een tekort. Omdat een tekort veel bekender is, wordt al snel gedacht dat de pup te weinig calcium krijgt. Het gevolg: er wordt bijgevoerd met extra supplementen, terwijl het probleem eigenlijk een overschot was. Dat maakt het bestaande probleem groter in plaats van kleiner. Dit gebeurt niet alleen bij eigenaren onderling: ook een eerste inschatting op basis van het symptoom alleen kan de verkeerde kant op wijzen. Twijfel je over de calciumbalans van je pup, vraag dan gericht om onderzoek dat tekort en overschot daadwerkelijk onderscheidt, zoals bloedonderzoek of beeldvorming, in plaats van op een aanname bij te sturen.
Waar je op let: de signalen
Een tekort en een teveel aan calcium kunnen zich op vrijwel dezelfde manier uiten. Let op deze signalen, en weet dat ze bij beide kunnen voorkomen: kreupelheid of mank lopen, een stijve gang, moeite met opstaan, terughoudendheid om te spelen of te bewegen, pijn bij het aanraken van botten of gewrichten, opvallend gezwollen gewrichten, vooral bij de knieën en voorpoten, kromme of scheve poten, en een botbreuk na een val die dat normaal niet zou geven.
Bij een teveel specifiek, met name bij grote en reuzenrassen tussen twee en zeven maanden oud, kan een aandoening optreden die hypertrofische osteodystrofie heet: een pijnlijke zwelling vlak bij de groeischijven, vaak in de voorpoten, soms met koorts en minder eetlust, en de pup kan janken als je hem daar aanraakt.
Zie je een van deze signalen, ga er dan niet zelf mee experimenteren met bijvoeren of stoppen. Laat je pup onderzoeken, en vraag zoals eerder gezegd om onderzoek dat een tekort en een teveel daadwerkelijk uit elkaar houdt.
Waarom een teveel zo'n grote impact heeft
Jonge, groeiende honden kunnen, anders dan volwassen honden, niet goed regelen hoeveel calcium ze uit hun voer opnemen. Een teveel wordt dus niet automatisch gecorrigeerd door het lichaam zelf.
Daar komt bij dat een overschot aan calcium de opname van andere mineralen kan blokkeren, zoals zink, ijzer, koper en mangaan. Dit heet mineraalantagonisme en is goed gedocumenteerd in voedingsonderzoek. Een teveel aan het ene mineraal verstoort dus de opname van andere mineralen die de pup net zo hard nodig heeft voor een gezonde groei.
Hele, natuurlijke calciumbronnen zoals rauwe vleesbotten leveren calcium in een pakket dat van nature in balans is, samen met de andere mineralen die erbij horen. Losse supplementen missen die natuurlijke balans en kunnen daardoor makkelijker tot een overschot leiden dat lastiger te reguleren is voor het lichaam van een pup.
Hoe dit in de praktijk misgaat
In het verleden werden bij vers voeren wel eens fouten gemaakt: pups kregen alleen spiervlees, zonder bot. Dat gaf inderdaad zachte, breekbare botjes, en dat zette vers voer voor pups in een kwaad daglicht. Vervolgens sloeg de reactie soms door naar de andere kant: uit angst voor een tekort werden er steeds meer supplementen bijgegeven, met een nieuw probleem als gevolg.
De les hieruit is niet dat vers voeren voor pups riskant is, maar dat een compleet, verantwoord samengesteld dieet nodig is, waarin bot gewoon onderdeel is van de maaltijd, in plaats van vlees zonder bot of bot vervangen door losse supplementen.
Beweging is minstens zo belangrijk als calcium
Calcium is niet de enige factor die skeletproblemen zoals heupdysplasie, elleboogdysplasie en OCD beïnvloedt. Hoeveel en hoe een pup beweegt, telt minstens zo zwaar mee.
Een pup reguleert dit van nature zelf: korte speelbuien van een half uur tot een uur, afgewisseld met lange rustperiodes. Het probleem ontstaat vaak niet door de pup zelf, maar doordat wij dat natuurlijke patroon overrulen met een lange, aaneengesloten wandeling op ons eigen tempo. Onderzoek laat zien dat trappen lopen vóór de leeftijd van drie maanden het risico op heupdysplasie verhoogt, en dat stevige, hoogimpact-bewegingen zoals herhaaldelijk een bal achternagaan, springen, of plotseling draaien en afremmen extra belastend zijn voor groeischijven die nog niet zijn gesloten.
Opvallend genoeg lijkt vrij bewegen op eigen tempo, bijvoorbeeld loslopen in een veilige omgeving, juist een beschermend effect te hebben. Het risico zit hem dus niet in bewegen op zich, maar in geforceerde, aangehouden inspanning die niet bij het tempo van de pup past. Ook heftig spelen met andere honden, zoals herhaaldelijk omvergeduwd worden, wordt genoemd als risicofactor.
Begin pas met opbouwende duurtraining, zoals lange wandelingen of hardlopen naast de fiets, nadat de groeischijven zijn gesloten. Bij kleine rassen is dat rond de 7 maanden, bij grote rassen rond de 10 tot 14 maanden. Is je pup vroeg gecastreerd, houd dan rekening met een latere sluiting, tot ongeveer 22 maanden. Laat een pup in de tussentijd vooral vrij spelen en snuffelen op zijn eigen tempo, in plaats van hem mee te nemen op een wandeling die bij jouw conditie past in plaats van bij de zijne.
Ook te snel groeien is een apart risico
Naast calcium en beweging is er nog een derde, zelfstandige factor: hoe snel een pup in gewicht toeneemt. Dit staat los van calcium. Het gaat hier om de totale hoeveelheid energie die een pup binnenkrijgt, niet om de mineralensamenstelling.
Overvoeden versnelt de groei, en dat is riskanter dan het klinkt. Het lichaamsgewicht en de spieren nemen dan sneller toe dan het skelet kan bijbenen, waardoor het skelet overbelast raakt terwijl het nog niet sterk genoeg is. Onderzoek van de veterinaire faculteit van Cornell University bevestigt dat overvoeden en snelle groei het risico op heupdysplasie kunnen verergeren bij pups die er al aanleg voor hebben, terwijl beperkte, rustige groei dat risico juist verkleint.
Belangrijk om te weten: overvoeden maakt een pup niet groter. Zijn uiteindelijke volwassen formaat ligt genetisch vast. Overvoeden zorgt er alleen voor dat hij sneller op dat formaat komt, met meer risico en zonder enig voordeel. Een pup mag er tijdens de groei daarom gerust wat mager uitzien: je moet de ribben kunnen voelen zonder te drukken, en ze hoeven niet zichtbaar te zijn. Dat is dezelfde conditieregel die overal op onze site terugkomt, en hier is hij extra belangrijk.
De richtgetallen
Om een idee te geven, zonder dat je dit zelf hoeft te berekenen: voor pups van alle formaten geldt een calciumgehalte van ongeveer 1 procent van de droge stof als een goed streefgetal, met een verhouding calcium tot fosfor rond 1:1. Dat is niet alleen voor kleine rassen, dit geldt net zo goed voor grote en reuzenrassen.
Belangrijk om te weten: er bestaat ook een wettelijk maximum van 1,8 procent, speciaal ingesteld voor voer voor grote en reuzenrassen. Dat maximum is geen streefwaarde en geen veilige bovengrens om gerust naar toe te groeien. Het is een harde plafondwaarde die voer niet mag overschrijden. Kom je in de buurt van dat maximum, dan zit je al in de risicozone, niet in een comfortabele bandbreedte. Blijf dus liever dicht bij dat streefgetal van 1 procent dan te vertrouwen op alles wat onder het wettelijke maximum blijft.
Deze cijfers zijn vooral bedoeld voor wie voer samenstelt of een etiket wil beoordelen, niet om zelf mee te gaan rekenen. Het belangrijkste om te onthouden is dit: bij een compleet, verantwoord samengesteld dieet zit je al binnen deze marge.
Een voorbeeld. Er bestaan twee bekende stromingen om rauw zelf samen te stellen, met elk hun eigen verhouding. Bij BARF reken je met 60 procent rauwe vleesbotten, opgebouwd uit ongeveer 50 procent vlees en 50 procent bot, aangevuld met 15 procent groente en fruit, 10 procent orgaanvlees en 5 tot 10 procent tafelrestjes of supplementen. Bij NRV reken je met 60 tot 70 procent spiervlees, 15 procent orgaanvlees en 15 procent bot, zonder groente of fruit. Belangrijk verschil met wat je misschien elders tegenkomt: geen van beide stromingen komt uit op iets als 80 procent spiervlees met maar 10 procent bot. Bij BARF is het botaandeel via de vleesbotten al fors, bij NRV staat het botaandeel zelfs los op 15 procent.
Bij een pup mag je dit niet zomaar één op één overnemen van een volwassen hond: hij heeft per kilo lichaamsgewicht meer calcium nodig, dus verdient hij eerder een ruim dan een krap botaandeel. Bouw dat wel geleidelijk op als je net overstapt, in plaats van er meteen mee te beginnen, en houd de ontlasting in de gaten als graadmeter. Welke stroming je ook volgt, de verhouding is belangrijker dan een los getal, en dat is precies waarom we op onze pagina over botten voeren aanraden om met bot te werken in plaats van met een los calciumsupplement.
Weet je niet of je dieet binnen de marge zit, dan is dat precies de reden om niet zomaar bij te voeren, want zonder te weten waar je nu zit, weet je ook niet of je aan het bijsturen bent in de goede of de verkeerde richting.
Wat dit praktisch betekent
Voer je pup een compleet, verantwoord samengesteld rauw dieet met voldoende bot erin, dan is een los calciumsupplement in de regel niet nodig. Ga bij een groeiende pup, zeker van een groot of reuzenras, niet zelf bijsturen met extra calcium zonder dat daar een concrete, vastgestelde reden voor is. Weeg je pup regelmatig en laat hem rustig groeien in plaats van zo snel mogelijk, zowel in wat hij eet als in hoe hij beweegt. Houd hem tijdens de groei liever aan de magere kant dan aan de volle kant. Meer over de juiste opbouw van botten in de voeding lees je op onze pagina over botten voeren, en over hoeveel je een groeiende pup het beste kunt voeren op onze calorieënpagina.
Voer je pup een compleet, verantwoord samengesteld rauw dieet met voldoende bot erin, dan is een los calciumsupplement in de regel niet nodig. Ga bij een groeiende pup, zeker van een groot of reuzenras, niet zelf bijsturen met extra calcium zonder dat daar een concrete, vastgestelde reden voor is. Weeg je pup regelmatig en laat hem rustig groeien in plaats van zo snel mogelijk, zowel in wat hij eet als in hoe hij beweegt. Houd hem tijdens de groei liever aan de magere kant dan aan de volle kant. Meer over de juiste opbouw van botten in de voeding lees je op onze pagina over botten voeren, en over hoeveel je een groeiende pup het beste kunt voeren op onze calorieënpagina.
Voer je pup een compleet, verantwoord samengesteld rauw dieet met voldoende bot erin, dan is een los calciumsupplement in de regel niet nodig. Ga bij een groeiende pup, zeker van een groot of reuzenras, niet zelf bijsturen met extra calcium zonder dat daar een concrete, vastgestelde reden voor is. Weeg je pup regelmatig en laat hem rustig groeien in plaats van zo snel mogelijk, zowel in wat hij eet als in hoe hij beweegt. Meer over de juiste opbouw van botten in de voeding lees je op onze pagina over botten voeren, en over hoeveel je een groeiende pup het beste kunt voeren op onze calorieënpagina.
Voer je pup een compleet, verantwoord samengesteld rauw dieet met voldoende bot erin, dan is een los calciumsupplement in de regel niet nodig. Ga bij een groeiende pup, zeker van een groot of reuzenras, niet zelf bijsturen met extra calcium zonder dat daar een concrete, vastgestelde reden voor is. Weeg je pup regelmatig en laat hem rustig groeien in plaats van zo snel mogelijk. Meer over de juiste opbouw van botten in de voeding lees je op onze pagina over botten voeren, en over hoeveel je een groeiende pup het beste kunt voeren op onze calorieënpagina.
Veelgestelde vragen
Hoeveel procent calcium moet er in het voer van mijn pup zitten?
Reken op ongeveer 1 procent calcium op basis van de droge stof als streefgetal, voor pups van alle formaten, met een verhouding calcium tot fosfor rond 1:1. Er bestaat ook een wettelijk maximum van 1,8 procent voor voer voor grote en reuzenrassen, maar dat is een harde plafondwaarde, geen veilig streefgetal. Blijf liever dicht bij de 1 procent dan te vertrouwen op alles wat onder dat maximum blijft.
Moet ik mijn pup extra voeren zodat hij goed groot wordt?
Nee, dat werkt averechts. Extra voeren maakt een pup niet groter, zijn volwassen formaat ligt al genetisch vast. Overvoeden zorgt er alleen voor dat hij sneller groeit, en dat verhoogt het risico op skeletproblemen zonder dat het iets oplevert. Houd hem tijdens de groei liever aan de magere kant, met de ribben voelbaar zonder te drukken.
Waar zie ik aan of mijn pup te veel of te weinig calcium heeft?
Dat zie je er eerlijk gezegd niet zomaar aan af: kreupelheid, een stijve gang, gezwollen gewrichten en pijn bij aanraken kunnen bij beide voorkomen. Bij grote rassen tussen twee en zeven maanden kan een teveel specifiek een pijnlijke zwelling bij de groeischijven geven, met soms koorts en minder eetlust. Zie je zulke signalen, laat je pup dan onderzoeken in plaats van zelf bij te sturen.
Moet ik mijn pup extra calcium geven naast zijn rauwe voeding?
In de meeste gevallen niet. Een compleet samengesteld rauw dieet met voldoende bot levert de calcium die een pup nodig heeft, in een natuurlijk uitgebalanceerd pakket. Extra supplementen zonder concrete reden verhogen juist het risico op een overschot.
Mijn pup heeft mogelijk botproblemen, is dat een tekort of een teveel aan calcium?
Dat is met het blote oog niet te zien, want de verschijnselen lijken sterk op elkaar. Dit is precies de plek waar het misgaat als er te snel op het symptoom wordt gereageerd: zachte of pijnlijke botten worden dan als "tekort" behandeld met extra calcium, terwijl de werkelijke oorzaak een overschot kan zijn. Vraag daarom niet alleen om een inschatting, maar om onderzoek dat het verschil ook echt vaststelt, zoals bloedonderzoek of beeldvorming. Ga niet zelf bijsturen door supplementen toe te voegen of te stoppen op basis van een gok.
Geldt dit ook voor kleine rassen?
Het risico op skeletproblemen door een teveel aan calcium speelt het sterkst bij grote en reuzenrassen, vanwege hun snelle groei. Bij kleine rassen is voorzichtigheid met supplementen nog steeds verstandig, maar de gevoeligheid is doorgaans minder groot.