Eliminatiedieet & Allergieën

Een voedselallergie of voedselintolerantie bij je hond of kat geeft vaak klachten die op veel andere aandoeningen lijken: jeuk, terugkerende oorontsteking, braken of diarree. Een eliminatiedieet is de enige betrouwbare manier om vast te stellen of voeding daadwerkelijk de oorzaak is, en zo ja, van welk ingrediënt.

Op deze pagina lees je wat een eliminatiedieet inhoudt, het verschil tussen een allergie en een intolerantie, wat kruisallergieën zijn, waarom vers vlees zich goed leent voor dit dieet, en wat je doet bij een terugval tijdens de herintroductiefase.

Wat is een eliminatiedieet?

Een eliminatiedieet is een gecontroleerde manier om voedselallergieën en -intoleranties op te sporen door bepaalde voedingsmiddelen tijdelijk uit het dieet te halen en daarna één voor één weer toe te voegen. Het bestaat uit twee fasen. In de eliminatiefase krijgt je huisdier alleen voeding met één eiwitbron en eventueel één koolhydraatbron die het nog nooit eerder heeft gehad, zonder snacks, kauwmaterialen of supplementen die een andere of onduidelijke eiwitbron bevatten. Een 100% zuivere kauwsnack van dezelfde eiwitbron als het dieet zelf, zoals een gedroogd konijnenoor bij een eliminatiedieet op basis van konijn, is daarop een uitzondering: die voegt geen nieuwe eiwitbron toe en verstoort het dieet dus niet. Deze fase duurt doorgaans 6 tot 8 weken; blijft het onduidelijk, dan kan het nodig zijn om langer door te gaan. In de herintroductiefase worden de weggelaten ingrediënten daarna één voor één weer toegevoegd, en per ingrediënt houd je opnieuw 6 tot 8 weken aan voordat je conclusies trekt: een reactie kan namelijk traag optreden, en te snel doorgaan naar het volgende ingrediënt maakt de uitkomst onbetrouwbaar. Dit maakt een eliminatiedieet een traject van maanden, niet weken.

Voorbeeldtijdlijn eliminatiedieet Eliminatiefase 6-8 weken Herintroductie eiwit 1 6-8 weken Herintroductie eiwit 2 6-8 weken Herintroductie eiwit 3, enz. 6-8 weken Elke stap telt apart: geen enkele fase is korter dan 6-8 weken. Voorbeeld: eliminatiefase + 3 nieuwe eiwitbronnen testen = minimaal 24-32 weken (6-8 maanden). Hoe meer eiwitbronnen je test, hoe langer het totale traject duurt.
Let op: vlooien kunnen dezelfde jeukklachten geven als een voedselallergie. Een aanwijzing om ze te onderscheiden: vlooienjeuk zit vaak geconcentreerd rond de staartbasis en de rug, terwijl voedselallergie zich eerder over het hele lichaam verspreidt, inclusief oren, poten en buik. Controleer je hond of kat sowieso op vlooien voordat je een eliminatiedieet start, anders is niet te onderscheiden of een verbetering aan het dieet te danken is of aan het wegblijven van vlooien.

Wat is het verschil tussen een voedselallergie en een voedselintolerantie?

Beide kunnen vergelijkbare klachten geven, maar de oorzaak verschilt. Bij een voedselallergie reageert het immuunsysteem op bepaalde eiwitten in het voedsel, zoals in rund, kip of zuivel: het lichaam ziet deze eiwitten onterecht als schadelijk en maakt antistoffen aan. Dat kan leiden tot jeuk, roodheid en huiduitslag, chronische oorontstekingen, braken en diarree, overmatig likken of bijten op poten en lichaam, en terugkerende anaalklierontstekingen. Bij dat laatste speelt vaak mee dat de allergie de darmwerking verstoort, waardoor de anaalklieren zich niet goed op natuurlijke wijze legen. Het chirurgisch verwijderen van de anaalklieren lost dan vaak niet het achterliggende probleem op: de allergie zelf blijft bestaan en kan zich op een andere manier uiten, bijvoorbeeld via de huid of de oren. Een voedselallergie is meestal blijvend: een dier dat allergisch is voor een bepaald ingrediënt blijft daar gevoelig voor, en het vermijden ervan is dan de enige manier om klachten te voorkomen.

Een voedselintolerantie is geen immuunreactie, maar ontstaat doordat het lichaam moeite heeft met het verteren van een bepaalde stof, zoals lactose. Dat geeft eerder klachten als winderigheid en een opgeblazen gevoel, buikpijn en krampen, of diarree en verstopping. In tegenstelling tot een allergie kan een intolerantie soms in lichte mate worden verdragen, afhankelijk van de hoeveelheid van het probleemingrediënt.

Wat zijn kruisallergieën?

Een kruisallergie ontstaat wanneer het immuunsysteem reageert op meerdere voedingsmiddelen waarvan de eiwitten qua opbouw sterk op elkaar lijken. Het duidelijkste voorbeeld is gevogelte: een hond of kat met een kipallergie reageert in de praktijk regelmatig ook op kalkoen, omdat de eiwitten in deze vogelsoorten nauw verwant zijn. Voor kruisreacties tussen verder uiteenlopende voedingsmiddelen, zoals tussen rund en zuivel of tussen vis en schaaldieren, is het bewijs minder eenduidig; dit wordt in de praktijk soms gezien, maar is minder consistent onderbouwd dan de kruisreactie binnen gevogelte. Kies daarom bij een eliminatiedieet bij voorkeur een eiwitbron die niet nauw verwant is aan wat je huisdier al eerder heeft gegeten, zoals konijn of paard in plaats van kalkoen na een kipallergie.

Waarom is vers vlees geschikt voor een eliminatiedieet?

Vers vlees leent zich goed voor een eliminatiedieet, vooral omdat het de controle over de ingrediënten vereenvoudigt. Het bevat geen kunstmatige geur-, kleur- of smaakstoffen, waardoor de kans op reacties door toevoegingen wegvalt. Met vers vlees kies je bovendien nauwkeurig één eiwitbron, zonder verborgen sporen van andere eiwitten die in samengestelde brokken soms wel voorkomen. Dat maakt het makkelijker om de oorzaak van klachten daadwerkelijk te achterhalen.

Begin het eliminatiedieet zo schoon mogelijk: zonder toegevoegde vitaminepremix, groenten of andere aanvullingen. Een premix bevat vaak een dragerstof, zoals maïs, en die dragerstof kan zelf weer een allergeen zijn waar je nu juist vanaf wilt. Ook groenten en andere aanvullingen laat je in deze fase liever weg, want elk extra ingrediënt is weer een variabele die de uitkomst kan vertroebelen. Een eliminatiedieet begint daarom het zuiverst met een enkelvoudige worst van vlees, bot en orgaan van dezelfde diersoort, bijvoorbeeld een worst van paardenvlees, paardenbot en paardenorgaan. Pas als het basisdieet goed verdragen wordt, kun je in overleg overwegen om voorzichtig iets toe te voegen.

Brokken kunnen ook binnen een eliminatiedieet werken, mits ze zijn samengesteld uit één eiwit- en koolhydraatbron zonder onnodige toevoegingen. Bij standaard samengestelde brokken is dat lastiger te garanderen: veel merken gebruiken meerdere eiwitbronnen door elkaar, en soms komt een spoor van een andere eiwitbron mee via het productieproces, ook als die niet op het etiket staat.

Wat doe je bij een terugval tijdens de herintroductiefase?

Krijgt je huisdier tijdens de herintroductiefase klachten na een nieuw toegevoegd ingrediënt, stop dan direct met dat ingrediënt en keer terug naar het basisdieet dat eerder geen klachten gaf. Houd de symptomen bij, bijvoorbeeld in een dagboek, zodat je later goed kunt terugzien welk ingrediënt de reactie veroorzaakte. Wacht tot de klachten volledig zijn verdwenen voordat je verdergaat met de volgende herintroductie, en reken opnieuw op 6 tot 8 weken voor die volgende stap. Een terugval is vervelend, maar levert wel bruikbare informatie op over waar je huisdier gevoelig voor is.

Veelgestelde vragen

Kan ik een eliminatiedieet ook zonder dierenarts uitvoeren?
Ja, dat kan. Veel dierenartsen adviseren als eerste stap een kant-en-klaar hypoallergeen brok- of hydrolysaatvoer, simpelweg omdat dat de gangbare standaardroute is en niet elke praktijk evenveel ervaring heeft met rauwvoeding. Voor de praktische kant van een vers-vlees eliminatiedieet, zoals de keuze van een geschikte, unieke eiwitbron en de opbouw van het dieet, heeft Prooidier als gespecialiseerde rauwvoerwinkel ruime praktijkkennis over voeding en eiwitbronnen. Voor de medische diagnose, zoals vaststellen of het echt om een allergie gaat en het uitsluiten van vlooien of omgevingsallergieën, blijft een dierenarts nodig: dat is diagnostisch werk, geen voedingsvraag.

Hoe lang duurt een compleet eliminatiedieet in totaal?
Reken op minimaal 6 tot 8 weken voor de eliminatiefase, plus 6 tot 8 weken voor elke eiwitbron die je daarna herintroduceert. Test je meerdere eiwitbronnen, dan loopt het traject al snel op tot een half jaar of langer. Zie het schema hierboven voor een voorbeeld.

Mijn huisdier krijgt tijdens het dieet niets anders, mag het dan echt niets extra's?
Bijna niets, met één uitzondering: een kauwsnack die voor 100% uit dezelfde eiwitbron bestaat als het dieet zelf, zoals een gedroogd konijnenoor bij een konijn-eliminatiedieet, voegt geen nieuwe eiwitbron toe en kan dus wel. Twijfel je over de zuiverheid van een snack, laat 'm dan achterwege: veel kant-en-klare snacks bevatten sporen van andere eiwitten of toevoegingen die het resultaat kunnen verstoren.

Welke eiwitbron kies ik het beste als startpunt?
Een eiwitbron die je huisdier nog nooit heeft gegeten, en die niet nauw verwant is aan wat het eerder at. Konijn, hert en paard zijn veelgebruikte startpunten, juist omdat ze zelden allergieën veroorzaken en weinig kruisreactie geven met de gangbare allergenen rund, kip en zuivel.